Zitting van 24 november 2025
NIEUW ARBEIDSREGLEMENT PERSONEEL LOKAAL BESTUUR BEKKEVOORT
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het nieuwe arbeidsreglement lokaal bestuur Bekkevoort, zoals bepaald in bijgevoegde teksten wordt goedgekeurd en vervangt de gecoördineerde versie van 24 juni 2024.
Artikel 2: Het geïntegreerd arbeidsreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3: Het arbeidsreglement zal binnen de acht dagen na de inwerkingtreding online worden ingediend bij de Arbeidsinspectie – Toezicht op de sociale wetten.
Artikel 4: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
NIEUWE RECHTSPOSITIEREGELING PERSONEEL LOKAAL BESTUUR BEKKEVOORT
Besluit
eenparig
Artikel 1: De nieuwe rechtspositieregeling lokaal bestuur Bekkevoort, zoals bepaald in bijgevoegde teksten wordt goedgekeurd met ingang vanaf 1 januari 2026 en vervangt de gecoördineerde versie van 29 januari 2024.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
KENNISNAME GOEDKEURING JAARREKENING 2024
Zitting van 24 november 2025
HERZIENING VERDEELSLEUTEL GEMEENTELIJKE DOTATIES AAN POLITIEZONE 5389 HAGELAND
Besluit
eenparig
Artikel 1: De berekening van de verdeelsleutel voor de gemeentelijke dotaties wordt goedgekeurd op basis van:
● 60% de KUL-norm;
● 20% het gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner van de gemeente van 2022;
● 20% het gemiddeld kadastraal inkomen in de schoot van de gemeente van 2024;
Artikel 2: De herverdeling van de gemeentelijke dotaties aan de meergemeentepolitiezone BEKKEVOORT, GEETBETS, GLABBEEK, KORTENAKEN, TIELT- WINGE (Zone 5389 Hageland) wordt volgens voornoemde berekening als volgt vastgesteld:
Gemeente | Verdeelsleutel |
Tielt-Winge | 28,8426 % |
Glabbeek | 14,7112 % |
Bekkevoort | 18,5874 % |
Geetbets | 17,2572 % |
Kortenaken | 20,6016 % |
Artikel 3: Afschrift van deze beslissing wordt tevens overgemaakt aan het politiecollege van de politiezone 5389 Hageland.
Artikel 4: Dit besluit is onderworpen aan het toezicht, zoals die georganiseerd wordt in het Decreet Lokaal Bestuur en aan het in de WGP georganiseerd bestuur, inzonderheid artikel 71.
Zitting van 24 november 2025
REGLEMENT GEMEENTELIJKE SUBSIDIE VOOR KINDEROPVANGINITIATIEVEN VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR
Besluit
eenparig
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het “Reglement gemeentelijke subsidie voor kinderopvang van kinderen jonger dan drie jaar”, in bijlage bij dit besluit, goed.
Artikel 2: Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing vanaf het subsidiejaar 2026.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
RETRIBUTIEREGLEMENT OP DE AFGIFTE VAN ADMINISTRATIEVE STUKKEN - DIENST OMGEVING
Besluit
eenparig
Artikel 1:Het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken - omgeving aan te passen zodat de volledige tekst ervan luidt:
Retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken - omgeving
Artikel 1: Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de afgifte van administratieve stukken - omgeving.
Artikel 2: §1. De retributie wordt als volgt vastgesteld:
melding ingedeelde inrichting of activiteit
| 50 EUR |
melding stedenbouwkundige handelingen
| 50 EUR |
melding stedenbouwkundige handelingen èn ingedeelde inrichting of activiteit
| 75 EUR |
melding overname omgevingsvergunning ingedeelde inrichting of activiteit
| 50 EUR |
aanvraag voor het houden van een projectvergadering
| 100 EUR |
aanvraag omgevingsvergunning stedenbouwkundige handelingen - gewone procedure - vereenvoudigde procedure |
75 EUR 50 EUR |
aanvraag omgevingsvergunning voor het wijzigingen van kleine landschapselementen of voor het wijzigen van vegetatie - gewone procedure - vereenvoudigde procedure |
75 EUR 50 EUR |
aanvraag omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten - gewone procedure - vereenvoudigde procedure |
75 EUR 50 EUR |
aanvraag omgevingsvergunning ingedeelde inrichting of activiteit | 125 EUR |
aanvraag omgevingsvergunning verkavelen van gronden: - zonder wegenis - met wegenis voor beide geldt bijkomstig: per vergunde bouwkavel |
100 EUR 200 EUR 100 EUR |
vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een permanente omgevingsvergunning voor ingedeelde inrichting of activiteit (art. 390 OVD) |
125 EUR |
bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur | 50 EUR |
aanvraag tot omzetten van een vergunning op proef naar een definitieve vergunning | 100 EUR |
schorsing op opheffing van de omgevingsvergunning voor wat betreft de ingedeelde inrichting of activiteit | 50 EUR |
verzoek tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden | 125 EUR |
verzoek tot bijstelling van omgevingsvergunning verkavelen van gronden: - zonder wegenis - met wegenis voor beide geldt: per bijkomende kavel |
100 EUR 200 EUR 100 EUR |
afstand van omgevingsvergunning voor verkavelen van gronden (verzaken): per lot | 10 EUR |
aanvraag stedenbouwkundig attest | 50 EUR |
aanvraag planologisch attest | 1.000 EUR |
aanvraag opname in het vergunningenregister | 50 EUR |
digitaliseren analoog dossier | 50 EUR |
§2. Het totaalbedrag van de retributie wordt berekend in functie van de dossiersamenstelling. Indien een dossier meerdere van voormelde handelingen omvat, is de verschuldigde retributie gelijk aan de optelsom van de retributies van de afzonderlijke handelingen.
§3. Indien de aanvraag een regularisatievergunning betreft, worden dezelfde tarieven gehanteerd als zou het een aanvraag behorende tot één van de categorieën onder §1 zijn.
§4. De tarieven zijn verschuldigd ongeacht een eventuele intrekking door de aanvrager en ongeacht de uitkomst van de beslissing.
§5. Indien er bij de behandeling van de aanvraag aangetekende zendingen moeten worden verstuurd (openbaar onderzoek, kennisgeving beslissing, aktename...), zijn de kosten verbonden aan deze aangetekende zendingen ten laste van de aanvrager.
§6. Indien er, in het kader van het openbaar onderzoek van een aanvraag een publicatie dient te gebeuren in een dag- of weekblad, zijn de kosten verbonden aan deze publicatie ten laste van de aanvrager.
Indien de bekendmaking van de beslissing over een aanvraag dient gepubliceerd te worden in een dag- of weekblad, zijn de kosten voor deze publicatie ten laste van de aanvrager.
Artikel 3: De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag of de melding indient. De retributie is opeisbaar bij afgifte van het betreffende administratief stuk.
Artikel 4: Zijn van de retributie vrijgesteld:
● de stukken die krachtens een wet, een decreet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
● de stukken die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting ten behoeve van de gemeente krachtens een wet, decreet of verordening;
● de stukken, afgegeven aan de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen, alsook de instellingen van openbaar nut en aan derden die in opdracht van de gemeente werken of werken voor projecten waarin de gemeente participeert;
● de stukken afgeleverd aan instanties die kosteloos prestaties leveren aan de gemeente en andere openbare instellingen.
Artikel 5: De retributie moet voldaan worden binnen de 15 dagen na de toezending van de factuur of het verzoek tot betaling.
Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
Artikel 2: Het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken - omgeving, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 november 2024, wordt opgeheven per 1 januari 2026.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
CONTANTBELASTINGREGLEMENT VOOR DE INZAMELING EN VERWERKING VAN HET HUISHOUDELIJK AFVAL EN GELIJKAARDIG BEDRIJFSAFVAL DIT ZOWEL VOOR DE HUIS-AAN-HUISINZAMELING, INZAMELING VIA SORTEERSTRATEN, INZAMELING OP AFROEP, ALS DE INZAMELING OP HET RECYCLAGEPARK – AANSLAGJAREN 2026-2031
Besluit
eenparig
Artikel 1: Onderstaand contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark – aanslagjaren 2026-2031, goed te keuren:
Artikel 1
§ 1. Er wordt een contantbelasting gevestigd voor:
§ 2. Definities algemeen:
Aansluitpunt (ASP):
Aorta: de databank waarin EcoWerf per gezin of per onderneming registreert:
● de relevante identificatiegegevens van het gezin of de onderneming en de referentiepersoon van het betrokken gezin of onderneming
● de relevante DifTar-gegevens inzake inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, individueel en gedifferentieerd per afvalstroom, zodat ze afzonderlijk kunnen getarifeerd worden. De relevante gegevens zijn onder meer de aard van de aangeboden afvalstof, het gewicht ervan en het aantal afvalbewegingen.
Voor elk gezin of elke onderneming zoals omschreven in dit reglement is een registratie verplicht en is maximaal één registratie mogelijk.
Per gezin of per onderneming in het bedieningsgebied wordt in Aorta een formulier aangemaakt. Het formulier omvat voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een bankrekeningnummer, een detail van de diensten waarvan gebruik kan worden gemaakt, een rekenstaat, het rijksregisternummer of nummer van het vreemdelingenregister van de referentiepersoon, het ondernemingsnummer en het EcoWerf-klantnummer. Er wordt geregistreerd of het formulier wordt aangemaakt voor een gezin, een tweede verblijf (met een ander verzendadres), een gemeenschap of voor een onderneming, vereniging, school, gemeentelijke overheid of andere overheid. Indien de referentiepersoon bereid is deze gegevens te verstrekken, vermeldt het formulier ook één telefoonnummer/gsm-nummer en een e-mailadres van het gezin of de onderneming.
Op basis van het bedrag van de rekenstaat in de databank en in functie van de beschikbare diensten wordt bepaald of aan de belastingplichtige betalingsuitnodigingen verstuurd worden en of de belastingplichtige in de voorwaarden verkeert om dienstverlening inzake inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval te ontvangen.
De gegevens van Aorta kunnen door EcoWerf worden aangewend voor het versturen van betalingsuitnodigingen t.a.v. de referentiepersoon.
Wanneer niet langer beroep wordt gedaan op enige dienst inzake verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsafval wegens verhuis of overlijden, en dit door de gemeente gemeld wordt aan EcoWerf, zal EcoWerf de afvalcontainers blokkeren, de toegangskaart blokkeren of niet langer een toegangsmachtiging aan de identiteitskaart verlenen. Op vraag van de burger kan het eventuele onbestede tegoed op het rekeningnummer van de referentiepersoon terug betaald worden.
DifTar-rekening: de individuele rekening die per gezin of per onderneming in de databank wordt bijgehouden en waarop afzonderlijk worden ingeschreven:
● de volgens dit reglement verschuldigde contantbelasting;
● de volgens dit reglement verschuldigde kohierbelasting;
De rekenstaat geeft op elk ogenblik getrouw weer wat de schuld of het tegoed is van het gezin of de onderneming.
Gebruikersgroep: een selectie van aansluitpunten die op basis van het domicilieadres geselecteerd worden, een elektronische toegangskaart toegewezen krijgen (of via eID) en op deze wijze toegang krijgen tot een sorteerstraat en/of recyclagepark(en).
Ondergrondse afvalcontainer: een ondergronds inzamelrecipiënt, voorzien van een inwerpzuil met, afhankelijk van de aangeboden fractie, een aangepaste inwerpopening.
Referentiepersoon: de meerderjarige persoon die in Aorta als referentiepersoon voor het gezin of de onderneming wordt vermeld. Als de registratie gebeurt:
● voor een gezin, wordt van rechtswege de persoon die, volgens de opgave van het rijksregister, als referentiepersoon van het gezin, vermeld staat in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, ook geregistreerd als referentiepersoon in de databank. Dit kan afwijken op vraag van de betrokken inwoner of op vraag van de gemeente
● voor een onderneming is het een meerderjarige natuurlijke persoon die geacht wordt de onderneming rechtsgeldig te vertegenwoordigen.
Recyclagepark: een bij toepassing van VLAREMA vergunde inrichting waar particulieren en eventueel ook bedrijven onder toezicht van op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en eventueel met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen deponeren.
Sorteerstraat: een combinatie van (ondergrondse) afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van de fracties restafval, pmd, gft en papier & karton. Dit zowel ter vervanging als aanvullend aan de reguliere huis-aan-huis inzameling.
Toegangskaart: een elektronische kaart die wordt uitgereikt aan onderstaande doelgroepen:
● niet-particulieren: op naam van de referentiepersoon;
● in de gemeente gedomicilieerde inwoners die niet over een elektronische identiteitskaart beschikken: op naam van de referentiepersoon;
● particulieren met een tweede verblijf in de gemeente die geen rijksregisternummer hebben: op naam van de referentiepersoon;
● particulieren die gebruik maken van een ondergrondse sorteerstraat/afvalcontainer: op naam van de referentiepersoon.
● Particulieren die gebruik wensen te maken van het recyclagepark: op naam van de referentiepersoon
§ 3. Definities afvalfracties:
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA): apparaten die elektrische stromen of elektronische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken, en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die onder een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2 van het VLAREMA, vallen en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom. Daarin zijn ook alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen begrepen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt. De volgende apparaten vallen niet onder deze definitie: apparaten die deel zijn van andere elektrische apparatuur, apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, tenzij het gaat om producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd, en grote, niet-verplaatsbare industriële installaties van elektrische en elektronische gereedschappen en tuingereedschappen.
Asbestcement: alle voorwerpen uit gebonden asbest zoals eternieten golfplaten, schaliën, vlakke eterniet … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van losse asbest, plastic golfplaten, …
Boomstronken: alle boomstronken die na ontdaan te zijn van wortels en aarde kunnen worden ingezet in de groencompostering en/of kunnen worden verhakseld voor hergebruik.
Cellenbeton: alle schuimbeton ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.
E.P.S.: zuiver witte piepschuim ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit met uitzondering van gekleurd piepschuim, verpakkingschips, verpakkingspiepschuim afkomstig van voedingsmiddelen, vervuild piepschuim, styrofoamplaten,…
Frituurolie en afgelaten motorolie: alle soorten smeerolie en/of industriële olie, op minerale of synthetische basis ontstaan door de werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit in het bijzonder afgewerkte motorolie, frituurolie, met uitzondering van grote hoeveelheden motorolie, olie met pcb’s of andere giftige stoffen.
Gips: bouwafval uit gips en kalk zoals gipsplaten, kalk, gips, bezetsel … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van cement, stenen, asfalt,…
Glas: hol glas en vlak glas ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of gelijkaardige bedrijfsactiviteiten, ontdaan van dopsels, deksels en sluitingen, met uitzondering van vuurvaste voorwerpen en hittebestendig glas, gewapend glas, kristal, opaal glas, rookglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, spaarlampen, tl-lampen, stenen, tegels, porselein, aardewerk, beeldbuizen van tv’s,…
● hol glas betreft alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sauzen...;
● vlak glas betreft vlak glas uit de bouwsector, zoals venster- en deurglas en glas van gevelelementen. Hieronder valt niet het gelaagd glas (bijv. van voertuigen), loodglas, hittebestendig glas (bijv. pyrex, glas van kacheltjes), glas van zonnepanelen…
Gras- en bladafval: alle vers gazonmaaisel en bladeren afkomstig van normaal tuinonderhoud, met uitzondering van oud en rot gazonmaaisel en gras vermengd met grond.
Groente-, fruit- en tuinafval (gft): organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen; dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten; broodresten; koffiedik en papieren koffiefilters; papier van keukenrol; noten en pitten; vlees- en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd mosselschelpen, oesterschelpen …); vaste zuivelproducten (kaasresten); eieren en eierschalen; fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel, versnipperd snoeihout …); kamer- en tuinplanten; schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout; mest van kleine huisdieren (cavia, konijn, kat en hond) in beperkte hoeveelheden. Dit alles ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of uit een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met een huishouden.
Grofvuil: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, oude metalen, houtafval, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden, steenachtige fracties van bouw - en sloopafval, matrassen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
Harde plastics: alle zuivere harde plastics zoals deuren, rolluiken, buizen, dakgoten, tuinmeubelen, bloempotten, plastic kleerhangers, speelgoed, wasmanden, emmers ... ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van plastic flessen en flacons (pmd), verpakkingen van gevaarlijke producten (kga), bouw- en isolatiematerialen, tuinslangen, verpakkingen van voedings- waren, plastic blisters en straps, cd’s, dvd’s en videobanden (restafval),...
Herbruikbare goederen: alle door de normale werking van een particuliere huishouding ontstane afvalstoffen die worden aanvaard door het erkend Kringloopcentrum en geschikt kunnen worden gemaakt voor hergebruik, zoals meubelen, kleding, kleine huisraad, boeken, elektronische informatiedragers, speelgoed,…
Huishoudelijk afval: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.
Keramiek: alle keramiek ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit zoals wc-potten, lavabo’s, tegels, stenen borden en tassen, porselein,… met uitzondering van steenafval.
Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1. van het VLAREMA.
Kurk: alle afvalstoffen uit kurk, afkomstig van de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, zoals stopsels, deksels, sluitingen, tegels, wandbedekking,…
Oude Metalen: alle ferro- en non-ferro metalen voorwerpen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van ferro- en non-ferroverpakkingen, kga en elektrische en elektronische toestellen.
Papier en karton: alle dag-, week-, en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeizakken,…
Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (pmd): flessen, flacons, schaaltjes, vlootjes, bakjes, potjes, tubes, folies, zakken, drank- en conservenblikken, spuitbussen voor voedingsmiddelen of cosmetica, aluminium bakjes en schaaltjes, deksels, doppen, kroonkurken en drankkartons, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit. De aangeboden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons mogen geen kga, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.
Houtafval: alle zuiver afvalhout afkomstig van constructiewerken, bouwmaterialen, meubilair en grote speeltuigen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geïmpregneerde houtsoorten (tuinmeubelen), hout vermengd met ijzer of glas, treinbilzen. A-hout en B-hout worden apart ingezameld op de recyclageparken van EcoWerf. A-hout is zuiver, onbehandeld en geverfd (maar geen loodverf) massief hout zoals massief houten meubels en schrijnwerk (houten stoelen, raamkader zonder glas,…), Europees hardhout (bv. eik), onbehandeld timmerhout (dakgebinten, balken en planken) en verpakkingshout (verpakkingskisten, kabelhaspels zonder metalen kern of andere materialen). B-hout omvat verwerkt of behandeld hout, dat niet geïmpregneerd is: Tropisch hardhout (Teak, Bankirai, Merbau, Afzelia, Padoek, Ipé, Afrormosia …), meubels bestaande uit honinggraatstructuur, laminaat, MDF, multiplex en triplex.
Snoeihout: alle hout afkomstig van het normaal onderhoud van de tuin (met een diameter van minder dan 10 cm), haagscheersel.
Steenafval: zuivere steenslag, (gewapend) beton, versteende cement, betonnen palen … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van vervuilde steenslag (bv. met grond), asfalt, keramiek, gips en kalk, cellenbeton, asbest,…
Textiel: alle niet verontreinigde kleding, huishoudlinnen, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), beddengoed, schoeisel, handtassen en lederwaren ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.
Landbouwfolie: kuilfolie (zwart/wit/zwart-wit) of rek/wikkelfolie (groen/wit) die wordt gebruikt in het kader van een landbouw, tuinbouw- of veeteeltactiviteit.
Groot selectief afval: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particulier huishouden of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden en steenachtige fracties van bouw - en sloopafval.
Artikel 2
De contantbelasting is verschuldigd door de gebruiker op basis van de kostprijs van de specifieke dienstverlening en wordt aangerekend naar gelang van de soort en de hoeveelheid of het gewicht van het afval bij de huis-aan-huis-inzameling, de inzameling via het recyclagepark en de sorteerstraten.
Artikel 3
§ 1. Huis-aan-huisinzameling
De contantbelasting voor de huis-aan-huis inzameling in functie van de fractie en het volume/gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5 kg nauwkeurig.
Inzameling en verwerking
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
Per kg gewogen huisvuil | 0,30 | 0,30 |
Per aanbieding 40 L-container | 0,63 | 0,63 |
Per aanbieding 120 L-container | 0,63 | 0,63 |
Per aanbieding 240 L-container | 1,26 | 1,26 |
Per aanbieding 360 L-container[1] | 1,89 | 1,89 |
Per aanbieding 1100 L-container | 6,40 | 6,40 |
Gebruiksrecht container per maand
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
40 L-container | 0,68 | 1,84 |
120 L-container | 0,68 | 1,84 |
240 L-container | 1,36 | 2,47 |
360 L-container | 2,00 | 2,64 |
1100 L-container | 3,71 | 7,07 |
Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro (niet mogelijk op een 40 L container)
Inzameling en verwerking
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
Per kg gewogen gft | 0,20 | 0,20 |
Gebruiksrecht container per maand
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
40 L-container | 0,68 | 1,84 |
120 L-container | 0,68 | 1,84 |
240 L-container | 1,36 | 2,47 |
Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
Per zak van 60 L | 0,15 | 0,15 |
Per zak van 90 L | 0,20 | 0,20 |
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
Voorrijkost | 20,00 | 30,00 |
|
|
|
Per begonnen 0,5 m³ | 10,50 | 10,50 |
1-persoonsbed | 10,50 | 10,50 |
2-persoonsbed | 21,00 | 21,00 |
Zetel: 1-zit | 10,50 | 10,50 |
Zetel: 2-zit | 21,00 | 21,00 |
Zetel: 3-zit | 31,50 | 31,50 |
Stoel (2 stuks) | 10,50 | 10,50 |
(Tuin-)tafel | 10,50 | 10,50 |
| Particulieren (euro) | KMO (euro) |
40 L-container | 0,84 | 2,47 |
240 L-container | 0,84 | 2,47 |
500 L-container[2] | 2,08 | 3,21 |
1100 L-container | 4,58 | 7,07 |
§ 2. Inzameling via sorteerstraat op gewicht
De contantbelasting in functie van het gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen in een sorteerstraat wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5kg nauwkeurig.
| Particulier (euro) | KMO (euro) |
Huisvuil (kg) | 0,30 | 0,30 |
gft (kg) | 0,20 | 0,20 |
Beheerskost (maand) | 3,23 | 6,46 |
§ 3. Inzameling via DifTar recyclagepark op gewicht
De contantbelasting in functie van het gewicht (per kg) van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen op het recyclagepark wordt hieronder weergegeven. Het minimaal aangerekende gewicht bedraagt 5 kg.
| Particulier (euro) | KMO (euro) | |
Grofvuil | 0,30 | 0,30 | |
Gras en blad[3] | 0,20 | 0,20 | |
Harde plastics | 0,08 | 0,12 | |
Houtafval | 0,08 | 0,12 | |
Boomstronken | 0,04 | 0,08 | |
Snoeihout | 0,04[4] | 0,08 | |
Steenafval | 0,04 | 0,08 | |
Cellenbeton | 0,04 | 0,08 | |
Gips | 0,04 | 0,08 | |
Keramiek | 0,04 | 0,08 | |
Asbest | 0,00 | 0,00 | |
Autobanden | 0,00 | 0,00 | |
Landbouwfolie[5] | 0,18 | 0,18 | |
Tarief grote hoeveelheden | Vanaf een totale aanvoer op jaarbasis boven de 2.000 kg worden de KMO-tarieven van toepassing op de betrokken particulier |
| |
Artikel 4
§1 De bedragen van de belasting worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule:
k = 0,4*(p/P) + 0,45*(c/C) + 0,15
waarbij:
P= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 januari 2023
p= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 juli van jaar x-1
C= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2023
c= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 juli van jaar x-1
x= aanslagjaar
Prijsherziening = (herzieningscoëfficiënt (k) - 1) * herzienbaar gedeelte
De herziene bedragen kunnen echter nooit de maximumtarieven zoals vastgesteld door OVAM overschrijden. Bij overschrijding wordt automatisch het wettelijk vastgelegde maximumtarief gehanteerd.
De tarieven die voor indexering in aanmerking komen zijn de basistarieven. De tarieven van gebruiksrecht en aanbieding worden pro rata berekend aan de hand van het volume van de betrokken container.
● voor de huis-aan-huisinzameling betreft het de tarieven kg huisvuil, kg gft, aanbieding huisvuil en gebruiksrecht voor de fracties huisvuil, gft en papier en karton.
● voor de sorteerstraten betreft het de tarieven kg huisvuil, kg gft, gebruiksrecht
● voor het recyclagepark betreft het de tarieven
○ Kg grofvuil
○ Kg gras en blad
○ Kg harde plastics
○ Kg houtafval
○ Kg snoeihout
○ Kg cellenbeton
○ Kg gips
○ Kg keramiek
○ Kg steenafval
○ Kg boomstronken
§2 Voor de inzameling van het groot selectief afval wordt de startindex vastgelegd op 1 januari 2026 en wordt de indexering als volgt toegepast op volgende onderdelen:
● Voorrijkost
● Tarief per 0,5m³
De bedragen van de belasting worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule:
k = 0,4*(p/P) + 0,45*(c/C) + 0,15
waarbij:
P= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 januari 2023
p= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 juli van jaar x-1
C= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026
c= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 juli van jaar x-1
x= aanslagjaar
Prijsherziening = (herzieningscoëfficiënt (k) - 1) * herzienbaar gedeelte
Artikel 5
Indien het afval wordt aangeboden door een gezin dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.
Indien het afval wordt aangeboden door een onderneming of vereniging dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en de onderneming, zijnde iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van de vereniging, indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.
Artikel 6
§ 1. De personen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking verschuldigd op het ogenblik dat de kiepbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen wordt geregistreerd. De contantbelasting betreffende het gebruik van de container is maandelijks verschuldigd.
§ 2. De gebruiker van de sorteerstraat is de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking van afvalstoffen verschuldigd op het ogenblik dat de gebruiker afvalstoffen aanbiedt aan de ondergrondse afvalcontainer en de elektronische toegangskaart van de gebruiker deze beweging registreert. De contantbelasting betreffende het gebruik van de sorteerstraat is maandelijks verschuldigd.
§ 3. Iedere gebruiker van een container/sorteerstraat dient vooraf een bedrag te storten op de DifTar-rekening en dit op basis van de ter beschikking staande containers:
Aantal en type containers | Voorschot (euro) |
1 of meerdere 40 L-. of 120 L-containers of een particuliere gebruiker van een sorteerstraat en een 240L papier en karton-container | 50,00 |
per container van 240 L of een niet-particuliere gebruiker van een sorteerstraat | 100,00 |
per container van 1.100 L of per set van 3 360 L containers | 500,00 |
per 240L papier en karton-container indien dit de enige container op het aansluitpunt is | 25,00 |
per 1100L papier en karton-container indien dit de enige container op het aansluitpunt is | 75,00 |
§ 4. Bij elke registratie van een kiepbeweging en het gewicht van het meegegeven afval of in geval van sorteerstraat bij een gewichtsmeting, zal de contantbelasting, in mindering worden gebracht van het vooraf betaald bedrag. De contantbelasting zal worden afgerond tot op 2 cijfers na de decimaal.
Artikel 7
§ 1. Iedere referentiepersoon die geregistreerd staat in Aorta beschikt over een DifTar-rekening waarmee voor bepaalde dienstverleningen van EcoWerf betaald kan worden.
Zodra het beschikbare bedrag lager is dan 10,00 euro wordt een betalingsuitnodiging gestuurd naar de referentiepersoon. Het aanzuiveren van de DifTar-rekening is mogelijk door betaling via overschrijving of door betaling met Bancontact in het recyclagepark.
Volgende betalingstermijnen worden gehanteerd:
● Betalingsuitnodiging: 20 kalenderdagen.
● Herinnering: 12 kalenderdagen + 5 dagen betalingsmarge.
De containers zullen niet meer geledigd worden of de sorteerstraat zal niet meer toegankelijk zijn van zodra de vervaldatum van de herinnering is verlopen en het beschikbare bedrag lager is dan 0 euro.
Indien de niet geledigde container niet tijdig wordt binnengehaald, kan die door of in opdracht van de gemeente worden geledigd aan het tarief vastgelegd in het gemeentelijk belastingreglement betreffende ambtshalve opruimen van sluikstorten.
Bij afmelding (verhuis, overlijden, …) wordt de DifTar-rekening gesloten en wordt het nog beschikbare bedrag teruggestort op rekeningnummer van de begunstigde, tenzij de begunstigde nog een openstaande schuld heeft aan de gemeente. Een eindafrekening wordt afgeleverd aan de begunstigde.
§ 2. Voor de personen die gebruik maken van de voorgeschreven pmd-zakken, is de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).
§ 3. Bij een DifTar gewichtspark is de contantbelasting verschuldigd door de bezoeker (particulier en KMO) die de afvalstoffen aanbiedt en is betaalbaar, na gewichtsbepaling, via de DifTar-rekening of met de betaalkaart (Bancontact).
Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering nog niet verlopen is, zal de bezoeker van het recyclagepark hierop attent gemaakt worden en nog slechts één maal de mogelijkheid hebben om het tarief voor betalende fracties via de DifTar-rekening te betalen. In dit geval zal ook steeds gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld.
Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering is verlopen, zal bij de ingang gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld. Indien het saldo niet wordt aangezuiverd zal hij/zij geen toegang krijgen tot het betalend gedeelte en zal de uitgang geweigerd worden met de vraag om het openstaande saldo aan te zuiveren. Men zal ook geen gebruik meer kunnen maken van de inzameling op afroep tot het saldo werd aangezuiverd.
§ 4. Voor de vervanging van een verloren, beschadigde en/of gestolen toegangskaart of een extra toegangskaart wordt een contantbelasting gevraagd van 5,00 euro. Dit bedrag zal aangerekend worden via de DifTar-rekening.
Niet-inwoners of toekomstige inwoners van de gemeente kunnen, voor het aanbrengen van afval afkomstig vanuit de gemeente, een kaart voor het recyclagepark aanvragen bij het gemeentebestuur. De kaarten worden uitgeleend voor een periode van maximum 4 weken, tegen een waarborg van 50 euro.
Artikel 8
De contantbelastingen worden zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
De belasting is persoonsgebonden waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van het positief saldo op een ander particulier ASP betreffende dezelfde persoon/referentiepersoon om het negatief saldo aan te zuiveren, alvorens over te gaan tot inkohiering.
Artikel 9
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 10
Deze belasting zal definitief zijn indien geen tijdige dan wel ontvankelijke bezwaren ingediend werden.
Artikel 11
Het contantbelastingreglement op de inzameling van huishoudelijk afval huis-aan-huis en op het recyclagepark van 28 oktober 2024 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit reglement.
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
[1]360 L-containers worden enkel geleverd per set van 3 en alleen na goedkeuring door of op aanraden van EcoWerf.
[2]Dit formaat wordt enkel in zeer specifieke gevallen en alleen na goedkeuring door EcoWerf, toegekend.
[3] Keuze gemeente: gratis van 1 oktober tot en met 31 december
[4] Het gratis gewicht van 300 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente.
[5] De gemeente schrijft de land- en tuinbouwers aan. Met dit schrijven kan men zich tijdens de gecommuniceerde periodes aanbieden op één van volgende recyclageparken: Messelbroek, Wezersebaan (Zoutleeuw), Lubbeek en Haacht en Kortenaken.
Zitting van 24 november 2025
REGLEMENT SOCIALE CORRECTIES OP HET CONTANTBELASTINGREGLEMENT VOOR DE INZAMELING EN VERWERKING VAN HUISHOUDELIJK AFVAL EN GELIJKAARDIG BEDRIJFSAFVAL DIT ZOWEL VOOR DE HUIS-AAN-HUISINZAMELING, INZAMELING VIA SORTEERSTRATEN, INZAMELING OP AFROEP, ALS DE INZAMELING OP HET RECYCLAGEPARK
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het hiernavolgend reglement betreffende de sociale correcties op het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark wordt goedgekeurd.
Reglement betreffende de sociale correcties op het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 wordt er door de gemeente een sociale correctie, als tussenkomst in de kosten voor de huis-aan-huis ophaling van restafval toegekend voor bepaalde categorieën van inwoners. Zij ontvangen deze financiële tussenkomst omwille van:
- zijn/haar kwetsbare financiële situatie;
- de productie van een verhoogde hoeveelheid restafval ten gevolge van een aandoening of conditie waar ze geen vat op hebben.
Artikel 2:
Er wordt een financiële tussenkomst (sociale correctie) toegekend aan volgende categorieën van inwoners:
Artikel 3:
§1. Om recht te hebben op de sociale correctie moet volgend bewijsstuk uiterlijk op 31 december te worden ingediend:
§2. De toekenning van de sociale correctie voor categorie 4 wordt automatisch toegekend op basis van de gegevens uit het bevolkingsregister. Hiervoor moet geen bewijsstuk worden ingediend. Voor de maand waarin het kind geboren wordt, wordt de tussenkomst niet toegekend; voor de maand waarin het kind 3 jaar wordt, wordt de tussenkomst wel toegekend.
Artikel 4:
De sociale correctie wordt elk jaar in januari volgend op het jaar waarop de sociale correctie betrekking heeft op de diftarrekening gestort van de referentiepersoon van het aansluitpunt waartoe de rechthebbende behoort.
Artikel 5:
§1. Indien er per aansluitpunt meerdere personen zijn die tot categorie 1 behoren, dan wordt de sociale correctie slechts één maal uitbetaald.
§2. Indien er per aansluitpunt meerdere personen zijn die tot de categorie 2, 3 of 4 behoren, dan wordt de sociale correctie voor elk van deze personen toegekend.
Artikel 6:
De sociale correctie wordt enkel toegekend indien de rechthebbende op moment van uitbetaling:
● ingeschreven is in de bevolkingsregisters van Bekkevoort;
● niet overleden is;
● gebruik maakt van de container voor inzameling van restafval, die ter beschikking wordt gesteld door EcoWerf.
Artikel 7:
Het bedrag van de sociale correctie(s) kan niet hoger zijn dat de totale kost van de inzameling en ophaling aan huis van het restafval tijdens het jaar waarop de sociale correctie betrekking heeft. Zijn deze afvalkosten lager dan de sociale correctie(s), dan wordt de sociale correctie verminderd tot het bedrag van deze afvalkosten.
Artikel 8:
De administratie is gerechtigd alle nodige en nuttige inlichtingen te doen verstrekken door de aanvragers en alle onderzoeken in te stellen, die het nuttig of nodig acht in verband met de gegevens en bescheiden verstrekt tot het bekomen van de sociale correctie.
Artikel 9:
Indien op enigerlei wijze vastgesteld wordt dat de aanvrager op bedrieglijke wijze van de financiële tussenkomst geniet waarop deze niet gerechtigd is volgens de voorwaarden van dit besluit wordt de maatregel van ambtswege voor deze ingetrokken en dient het ten onrechte verkregen bedrag te worden teruggegeven.
Artikel 10:
De in dit reglement vastgelegde subsidiebedragen worden jaarlijks aangepast op basis van de afgevlakte gezondheidsindex zoals gepubliceerd door de Federale Overheidsdienst Economie.
De aanpassing gebeurt op 1 januari van elk kalenderjaar en is gebaseerd op de meest recente beschikbare indexcijfers van december van het voorgaande jaar.
Indien de spilindex wordt overschreden, kan een tussentijdse aanpassing plaatsvinden, mits goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
De geïndexeerde bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde hele eurobedrag.
Indien de gezondheidsindex daalt, blijven de subsidiebedragen ongewijzigd, tenzij de daling meer dan 2% bedraagt ten opzichte van de vorige referentie-index.
De geïndexeerde bedragen worden gepubliceerd op de gemeentelijke website en zijn van toepassing op alle aanvragen die worden ingediend vanaf de datum van indexatie.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET PROVINCIE VLAAMS-BRABANT - GAS-OVERLAST
Besluit
eenparig
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst goed voor de afhandeling van de dossiers van GAS-overlast.
Artikel 2: De algemeen directeur en de burgemeester worden gemachtigd om deze samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Artikel 3: De gemeente betaalt voor de dossiers GAS-overlast die geregistreerd worden vanaf 1 januari 2026 een vergoeding van 83 euro per geregistreerd dossier, jaarlijks te verhogen met 2.5% met ingang van 1 januari 2027.
Deze vergoeding zal betaald worden aan de provincie via rekeningnummer BE56 0910 1061 7788 (BIC: GKCCBEBB) met vermelding van de referte van de factuur.
Artikel 4: Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Leuven.
Artikel 5: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET VZW DE ZORGHOEVE
Besluit
eenparig
Artikel 1: De samenwerkingsovereenkomst met vzw de Zorghoeve, in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
Artikel 2: De algemeen directeur en de burgemeester worden gemachtigd om deze samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
REGLEMENT OP DE INVENTARISATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN/OF GEBOUWEN - AANPASSING GEMEENTERAADSBESLUIT 27 DECEMBER 2021
Besluit
eenparig
Artikel 1:: Het aangepaste reglement op de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen goed te keuren zodat de volledige tekst ervan luidt als volgt:
Reglement op de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
4° Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, vermeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen;
5° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement;
6° Registerbeheerder: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Hartje Hageland fungeert als registerbeheerder.
7° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;
8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) de mede-eigendom
c) het recht van opstal of van erfpacht;
d) het vruchtgebruik.
10° Algemeen gebrek: een gebrek dat zich systematisch voordoet over de volledige vanop het openbaar domein zichtbare buitenschil van een woning of gebouw, en dat representatief wordt geacht voor de globale toestand van het goed, ook indien bepaalde gevels of constructieonderdelen niet rechtstreeks zichtbaar zijn.
Artikel 2: Vaststelling van de verwaarlozing
De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten en van categorie IV voor twaalf punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
Het model van technisch verslag, dat als bijlage 1 aan dit reglement is gehecht, maakt er integraal deel van uit.
Artikel 3: Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 4: Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw wordt opgenomen in het register verwaarlozing aan de hand van een genummerde administratieve akte zoals vermeld in artikel 2. De datum van de vaststelling is de datum van de administratieve akte, en geldt eveneens als opnamedatum in het register verwaarlozing.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 5: Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte;
2° het technisch verslag;
3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Artikel 6: Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
§1. Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 5.
§2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.
§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.
§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.
§8. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 7: Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, 12 punten of meer zouden opleveren. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.
Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§3. Een woning of gebouw wordt eveneens uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde aantoont dat hij of zij op het ogenblik van de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, beschikte over een onderhandse verkoopovereenkomst betreffende de betrokken woning of het betrokken gebouw.
De onderhandse verkoopovereenkomst moet voldoende bepaalbaar en gedateerd zijn, zodat de administratie kan vaststellen dat deze voorafgaat aan de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen .
§4. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
§6. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§7. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
§8. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 8: Beroep tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
§3 Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.
§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 9:
§1 Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, en is bindend vanaf 1 januari 2026.
§2 Het reglement op de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 december 2021, wordt opgeheven door deze beslissing.
Artikel 10:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, en in het bijzonder met de voorziene bekendmaking.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
REGLEMENT OP DE INVENTARISATIE VAN LEEGSTAANDE WONINGEN EN/OF GEBOUWEN - AANPASSING BESLUIT 27 DECEMBER 2021
Besluit
eenparig
Enig artikel: Het gemeentelijke reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 december 2021 wordt aangepast zodat het integrale besluit luidt als volgt:
Reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen - aanpassing besluit 27 december 2021
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
De gemeente draagt de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister over aan Hartje Hageland, intergemeentelijk samenwerkingsverband voor lokaal woonbeleid. Hartje Hageland fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid.
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
4° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
5° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
6° bedrijfsruimte: (art. 2 §1 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing) de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt. Deze verzameling heeft een minimale opp. van 5 aren;
7° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
8° leegstaande woning:
a) een woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie of elke andere functie die een effectief en niet occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt, zoals bepaald door de Vlaamse regering;
b) Een nieuwe woning wordt als leegstaand beschouwd indien die woning binnen zeven jaar na afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;
c) Wordt eveneens als leegstaand beschouwd de woning met een woonfunctie waarvoor een aanvraag als tweede verblijf werd geweigerd, omdat het pand niet voldoet aan de bepalingen van Art. 3.1. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 of omdat uit een onderzoek ter plaatse is gebleken dat de private woongelegenheid niet op elk ogenblik kan bewoond worden of waarvoor de zakelijk gerechtigde niet kan aantonen dat de woning als tweede verblijf gebruikt wordt, zoals onder meer het voorleggen van bewijs van verbruik van nutsvoorzieningen.
9° leegstaand gebouw:
a) gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden;
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
b) Een nieuw gebouw wordt als leegstaand beschouwd, indien het gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functie.
10° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen;
11° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen. Dit is de datum van de administratieve akte;
12° zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) de mede-eigendom
c) het recht van opstal of van erfpacht;
d) het vruchtgebruik.
Artikel 2: Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit een lijst van leegstaande gebouwen en leegstaande woningen.
Nieuwbouwwoningen of nieuwe gebouwen worden maar als leegstaand beschouwd indien het gebouw of de woning het zevende jaar na afgifte van de stedenbouwkundige vergunning niet is aangewend overeenkomstig haar functie.
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan opgenomen worden in het leegstandsregister, en omgekeerd.
Een bedrijfsgebouw wordt niet opgenomen in dit leegstandsregister.
§2. Voor elk leegstaand gebouw en voor elke leegstaande woning wordt een dossier opgemaakt waarin de volgende gegevens worden opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);
4° het nummer en de opnamedatum;
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Artikel 3: Registratie van leegstand
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijving, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
A. Administratieve vaststellingen:
1. Er is geen inschrijving in het bevolkingsregister sinds de laatste 12 opeenvolgende maanden;
2. Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen of een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
3.Er is een aanvraag tot vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of niet-productiviteit.
B. Materiële vaststellingen ter plaatse gedaan:
1. Vermoeden dat de woning niet wordt gebruikt in overeenstemming met de woonfunctie;
2. Vermoeden dat het gebouw niet wordt gebruikt overeenkomstig de bestemming;
3. Vermoeden dat van het gebouw meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt benut;
4. Van het gebouw wordt enkel de etalage gebruikt;
5. Onmogelijkheid om het pand te betreden, geen toegang of toegang verzegeld;
6. De onmogelijkheid om het gebouw te gebruiken of de woning te bewonen omwille van ernstige beschadigingen aan het dak en/of het buitenschrijnwerk en/of de gevels;
7. Dichtgemaakte raamopeningen (dichtgetimmerd, dichtgemetseld) of geblindeerde raamopeningen (dichtgeplakt, dicht geschilderd, …);
8. Winddichtheid van het pand is niet gewaarborgd (belangrijke glasbreuk, buitenschrijnwerk kan niet meer gesloten worden);
9. Waterdichtheid van het pand is niet gegarandeerd, zeer zware infiltraties via dak/gevel(s);
10. Affichering: TE KOOP;
11. Affichering: TE HUUR;
12. Ernstig vervuild glas- en / of buitenschrijnwerk;
13. Uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
14. Een niet of slecht onderhouden omgeving en/of (voor)tuin;
15. Indicaties van renovatie of verbouwing.
Artikel 4: Kennisgeving van registratie
De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
● de administratieve akte;
● informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;
● informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
Artikel 5: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
● de identiteit, het adres en de telefoonnummer of het emailadres van de indiener;
● de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
● de vermelding of de indiener al dan niet gehoord wil worden op een hoorzitting;
● de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
● als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;
● als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, of;
● als het beroepschrift niet is ondertekend.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Artikel 6: Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 9°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§3. Een (handels)huurovereenkomst kan nooit als bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw of een woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve aanwending van het gebouw of de woning.
§4. Een woning of gebouw wordt eveneens uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde aantoont dat hij of zij op het ogenblik van de opname in het leegstandsregister beschikte over een onderhandse verkoopovereenkomst betreffende de betrokken woning of het betrokken gebouw.
De onderhandse verkoopovereenkomst moet voldoende bepaalbaar en gedateerd zijn, zodat de administratie kan vaststellen dat deze voorafgaat aan de opname in het leegstandsregister.
§5. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
● de identiteit, het adres en de telefoonnummer of het emailadres van de indiener;
● de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
● de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Artikel 7:
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, en is bindend vanaf 1 januari 2026.
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen inzake de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen.
Artikel 8:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, en in het bijzonder met de voorziene bekendmaking.
Zitting van 24 november 2025
REGLEMENT OPCENTIEMEN OP DE DOOR HET VLAAMS GEWEST GEHEVEN HEFFING TER BESTRIJDING VAN LEEGSTAND EN VERWAARLOZING VAN BEDRIJFSRUIMTEN – AANSLAGJAREN 2026-2031
Besluit
eenparig
Enig artikel: Het reglement opcentiemen op de door het Vlaams gewest geheven heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten – aanslagjaren 2026-2031 als volgt goed te keuren
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden door de gemeente Bekkevoort 100 opcentiemen gevestigd op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Artikel 2: De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de vestiging en de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3: Een afschrift van dit reglement wordt uiterlijk op 1 maart 2026 overgemaakt aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst via het Loket voor Lokale Besturen, module “Toezicht”.
Artikel 4: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en is bindend vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2031.
Zitting van 24 november 2025
BELASTINGREGLEMENT OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN - AANSLAGJAREN 2026-2031
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031 als volgt goed te keuren:
Belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen - aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals bepaald in artikel 1.3, 14° van de Codex;
4° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3 van het gemeentelijke reglement op de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen;
5° Registerbeheerder: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Hartje Hageland fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid;
6° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van het gemeentelijke reglement op de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen, is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
7° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Codex;
8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) de mede-eigendom
c) het recht van opstal of van erfpacht;
d) het vruchtgebruik.
Artikel 2: Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 3: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.
§2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4: Tarief van de belasting
Het bedrag van de belasting wordt voor het eerste heffingsjaar, dit is de eerste onafgebroken periode van 12 maanden inventarisatie, vastgesteld op 3480 euro per woning of gebouw die als verwaarloosd in de gemeentelijke inventaris werd opgenomen.
Het tweede heffingsjaar wordt het bedrag van de belasting vastgesteld op 4470 euro per woning of gebouw die als verwaarloosd in de gemeentelijke inventaris werd opgenomen.
Het derde heffingsjaar wordt het bedrag van de belasting vastgesteld op 5460 euro per woning of gebouw die als verwaarloosd in de gemeentelijke inventaris werd opgenomen.
Het vierde heffingsjaar en volgende wordt het bedrag van de belasting vastgesteld op 6450 euro per woning per woning of gebouw die als verwaarloosd in de gemeentelijke inventaris werd opgenomen.
Artikel 5: Vrijstelling
§1. De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: de anciënniteit van de opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat, wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de belasting wordt berekend op basis van de oorspronkelijke datum van opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. Van de belasting is vrijgesteld:
1° De houder van het zakelijk recht die de woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en over geen enkele andere woning beschikt. De verklaring van hoofdverblijfplaats wordt enkel aanvaard indien de betrokkene tijdens de geïnventariseerde periode effectief is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Bekkevoort.
2° Natuurlijke of rechtspersonen die een woning of gebouw, opgenomen in het register, hebben verworven. Deze vrijstelling geldt gedurende twee jaar vanaf de datum van eigendomsoverdracht.
3° De belastingplichtige die kan aantonen dat de woning werd verkocht via een onderhandse verkoopovereenkomst, ook al is de authentieke akte nog niet verleden. Deze vrijstelling geldt gedurende het eerste jaar volgend op de datum van de onderhandse verkoopovereenkomst.
De vrijstellingen opgenomen in §3, 1°, 2° en 3°, zijn niet van toepassing op overdrachten aan verenigingen zonder winstoogmerk en andere entiteiten waarin de vroegere houder van het zakelijk recht bestuurslid is of een beslissende invloed kan uitoefenen.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1° gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
2° gerenoveerd wordt blijkens een meldingsplichtig werk en/of gedetailleerd renovatieschema waarvoor een minimuminvestering van € 5000,00 gedaan werd en dat onder de volgende categorieën valt:
Categorie 1: structurele elementen: werken aan muren, vloeren, plafonds;
Categorie 2: dak: volledige of gedeeltelijke vernieuwing van het dak van de woning;
Categorie 3: buitenschrijnwerk: de volledige of gedeeltelijke vernieuwing van het buitenschrijnwerk.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de meldingsakte of, indien van toepassing, vanaf de datum van indiening van het gedetailleerd renovatieschema zoals bedoeld in dit artikel.
Deze vrijstelling kan tot tweemaal verlengd worden voor een periode van één jaar mits de vrijstelling opnieuw wordt aangevraagd en mits bewijs van de vorderingen van de werken wordt voorgelegd;
De belastingplichtige dient een gedetailleerd renovatieschema voor te leggen dat de volgende stukken bevat:
- een tekening of schets van het gebouw en/of de woning met aanduiding van de geplande werken;
- een volledige opsomming en korte beschrijving van de geplande werken;
- een raming van de kostprijs van de werken door een offerte en/of factuur voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer of een offerte en/of factuur voor de levering van materialen, indien de werken in eigen beheer worden uitgevoerd of een combinatie van beiden.
Uit de vergunning of het renovatieschema moet duidelijk blijken dat de geplande werken leiden tot het wegwerken van de gebreken die vastgesteld en geleid hebben tot de inventarisatie.
3° gesloopt wordt, blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, of – indien er geen omgevingsvergunning vereist is – blijkens een ondertekende en gedetailleerde offerte voor de uitvoering van de sloopwerken, opgesteld door een aannemer of sloopfirma.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de datum van ondertekening van de offerte;
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een gerechtelijke procedure.
Deze vrijstelling geldt tot één jaar na het beëindigen van het feit of de procedure die het daadwerkelijk gebruik van de woning of het gebouw onmogelijk maakt;
5° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar volgend op de datum van opname in het register verwaarlozing;
6° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
7° geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
8° krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.
Deze vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de eigenaar kan aantonen dat hij actief betrokken is bij het proces van behoud, herstel of herbestemming van het beschermde pand.
De vrijstelling kan worden toegekend:
● gedurende maximaal drie opeenvolgende jaren in de voorbereidingsfase, mits jaarlijks bewijs van een aanvraag, adviesvraag of ontwerpstudie;
● gedurende maximaal vijf opeenvolgende jaren in de uitvoeringsfase, mits jaarlijks bewijs van een vergunning, contract of technische verslag.
De totale vrijstellingsduur bedraagt hoogstens acht opeenvolgende jaren, behoudens uitzonderlijke omstandigheden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Voor beschermde monumenten zonder renovatie-initiatief kan een vrijstelling enkel worden verleend indien de eigenaar jaarlijks bewijst dat het pand minstens één keer per jaar publiek toegankelijk wordt gesteld.
9° het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen;
10° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen.
Artikel 6: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zoals gewijzigd.
Artikel 9: Toepasselijke regelgeving
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (BS 13 juni 2008), laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 (BS 31 mei 2024), zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, evenals de artikelen 126 tot en met 175 van het KB/WIB 92, van toepassing, voor zover deze niet specifiek betrekking hebben op de belastingen op de inkomsten.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en is bindend vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Zitting van 24 november 2025
BELASTINGREGLEMENT OP ONGESCHIKT EN ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONINGEN - AANSLAGJAREN 2026-2031
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het belastingreglement op ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen - aanslagjaren 2026-2031 wordt goedgekeurd als volgt:
Belastingreglement op ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen - aanslagjaren 2026- 2031
Artikel 1: Definities
1° Administratie: de gemeentelijke administratieve dienst die, in samenspraak met de Vlaamse overheid, belast is met de lokale bewaking van de kwaliteit van de woongelegenheden overeenkomstig de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en de Nieuwe Gemeentewet, en die meewerkt aan de opmaak van de gewestelijke inventaris van de ongeschikte en onbewoonbare woningen op het grondgebied van de gemeente Bekkevoort;
De gemeente draagt de opdracht van onderzoekscontrole en vaststellingsbevoegdheid van de kwaliteit van het woningpatrimonium over aan Hartje Hageland, intergemeentelijk samenwerkingsverband voor lokaal woonbeleid. Hartje Hageland fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid.
2° Vlaamse overheid: het agentschap Wonen in Vlaanderen;
3° Dienst fiscaliteit: de gemeentelijke administratieve dienst die door het College van Burgemeester en Schepenen wordt gemachtigd om in te staan voor de vestiging, de inning en de geschillenprocedure van de gemeentebelasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen;
4° Beveiligde zending:
beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
5° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3,66° van de Vlaamse Codex Wonen.
6° Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals bepaald in artikel 1.3, 25° van de Vlaamse Codex Wonen.
7° Gewestelijke inventaris: een register van geïnventariseerde woningen die door de Vlaamse overheid geregistreerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar;
8° Inventarisatiedatum: de datum waarop de woning voor de eerste maal in de gewestelijke inventaris wordt opgenomen;
9° Ongeschikt verklaarde woning: een woning die niet beantwoordt aan de veiligheids-, gezondheids- of kwaliteitsnormen, en die door de bevoegde instantie als ongeschikt werd verklaard overeenkomstig de artikelen 3.12 tot en met 3.18 van de Vlaamse Codex Wonen;
10° Onbewoonbaar verklaarde woning: een woning die op grond van veiligheids- en/of gezondheidsaspecten niet meer mag bewoond worden en die door de bevoegde instantie als dusdanig onbewoonbaar werd verklaard conform de artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet of de artikelen 3.12 tot en met 3.18 van de Vlaamse Codex Wonen;
11° Herkwalificatie van typologie: de formele herbeoordeling van een woning door de bevoegde overheid of administratie, overeenkomstig artikel 3.19 en volgende van de Vlaamse Codex Wonen 2021, waarbij de woning een andere typologische indeling krijgt, met name een wijziging van de classificatie als kamerwoning naar eengezinswoning of omgekeerd;
12° Registratie van herkwalificatie: De officiële opname van de nieuwe typologie in de gewestelijke inventarislijst van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen;
13° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
Artikel 2: Belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een gemeentebelasting gevestigd op woningen die minstens 12 maanden geïnventariseerd zijn in de gewestelijke inventarislijst van de Vlaamse overheid conform artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen. Het betreft de inventarisatie van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen gelegen op het grondgebied van de gemeente Bekkevoort.
§2. De belasting is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning minstens twaalf opeenvolgende maanden in de gewestelijke inventaris werd opgenomen.
§3. Zolang de woning niet geschrapt is uit de gewestelijke inventaris, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.
§4. Bij een herkwalificatie van typologie wordt de belasting geheven op basis van de laatst vastgestelde typologie. De aangepaste belastinggrondslag geldt vanaf het aanslagjaar volgend op de registratie van de herkwalificatie.
Artikel 3: Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de zakelijk gerechtigde betreffende de ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van een zakelijk recht voor de woning, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in § 1 van dit artikel, overdraagt aan derden, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van dit zakelijk recht via een beveiligde zending in kennis stellen van de opname van de woning in de gewestelijke inventaris. Deze kennisgeving kan vervangen worden door een vermelding in de notariële akte.
§4. Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in § 1 van dit artikel, overdraagt aan derden, is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per beveiligde zending, de gemeentelijke administratie op de hoogte te brengen door middel van een volledige kopie van de notariële akte.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving, die ertoe leidt dat de gemeente op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, niet in kennis is van het feit dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden, wordt de overdrager van het zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd.
Artikel 4: Opname en betwistingen tot opname in de gewestelijke inventaris betreffende ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.
§1. De woningen worden in de Vlaamse inventaris opgenomen op de datum van het besluit van de burgemeester of, in het geval van een beslissing tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring in beroep, op de datum van het besluit van de Vlaamse regering. De termijn van 12 maanden, vermeld in artikel 2, begint te lopen vanaf de datum van het besluit van de burgemeester of in het geval van een beslissing tot ongeschikt-of onbewoonbaarverklaring in beroep, op de datum van het besluit van de Vlaamse regering.
§2. Hartje Hageland stelt de Vlaamse overheid hiervan in kennis zodat de woning als ongeschikt en/of onbewoonbaar kan geïnventariseerd worden. De administratie van de Vlaamse overheid geeft de houder van het zakelijk recht hiervan kennis door middel van een registratieattest waarin de opname in de gewestelijke inventaris wordt bevestigd.
§3. De betwisting tot opname in de gewestelijke inventaris met betrekking tot ongeschikte en/of onbewoonbare woningen kan niet in het kader van dit reglement inhoudelijk betwist worden aangezien de beroepsprocedure tegen een ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaring wordt behandeld door de bevoegde Vlaamse minister of door de bevoegde rechtbank.
Artikel 5: Schrapping uit de gewestelijke inventaris
§1. De zakelijk gerechtigde dient de schrapping uit de Vlaamse inventaris per aangetekend schrijven te vragen aan de inventarisbeheerder overeenkomstig artikel 3.23 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Indien er daarbij een conformiteitsattest, besluit tot opheffing van de ongeschikt- en/of onbewoonbaarheid, respectievelijk een proces-verbaal tot uitvoering wordt voorgelegd, schrapt de inventarisbeheerder de woning uit de Vlaamse inventaris, zoals beschreven in artikel 3.23 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 6: tarief van de belasting
Het bedrag van de belasting wordt voor het eerste heffingsjaar, dit is de eerste onafgebroken periode van 12 maanden inventarisatie, vastgesteld op 3480 euro per woning die als ongeschikt en/of onbewoonbaar in de gewestelijke inventaris werd opgenomen.
Het tweede heffingsjaar wordt het bedrag van de belasting vastgesteld op 4470 euro per woning die als ongeschikt en/of onbewoonbaar in de gewestelijke inventaris werd opgenomen.
Het derde heffingsjaar wordt het bedrag van de belasting vastgesteld op 5460 euro per woning die als ongeschikt en/of onbewoonbaar in de gewestelijke inventaris werd opgenomen.
Het vierde heffingsjaar en volgende wordt het bedrag van de belasting vastgesteld op 6450 euro per woning die als ongeschikt en/of onbewoonbaar in de gewestelijke inventaris werd opgenomen.
§2. De woningen die vóór de inwerkingtreding van het belastingreglement reeds werden opgenomen in de gewestelijke inventaris, blijven met behoud van de oorspronkelijke inventarisatiedatum belastingplichtig voor de toepassing van dit belastingreglement.
§3. Zolang de woning niet uit de gewestelijke inventaris is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd vanaf het ogenblik dat een nieuwe periode van twaalf maanden inventarisatie verstrijkt.
§4. Een herkwalificatie van typologie heeft geen invloed op de anciënniteit van de opname in de gewestelijke inventaris. De belasting wordt na registratie van de herkwalificatie berekend op basis van de oorspronkelijke datum van opname.
Artikel 7: Vrijstellingen
§1. De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van de woning in de gewestelijke inventaris: de anciënniteit van de opname in de gewestelijke inventaris blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat, wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de belasting wordt berekend op basis van de oorspronkelijke datum van opname in de gewestelijke inventaris.
§2.. Van de belasting is vrijgesteld:
1° De houder van het zakelijk recht die de woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en over geen enkele andere woning beslist. De verklaring van hoofdverblijfplaats wordt enkel aanvaard indien de betrokkene tijdens de geïnventariseerde periode effectief is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Bekkevoort op het adres van de betrokken woning.
2° Natuurlijke of rechtspersonen die een woning, opgenomen in het register, hebben verworven.
Deze vrijstelling geldt gedurende twee jaar vanaf de datum van eigendomsoverdracht.
3° De belastingplichtige die kan aantonen dat de woning werd verkocht via een onderhandse verkoopovereenkomst, ook al is de authentieke akte nog niet verleden.
Deze vrijstelling geldt gedurende het eerste jaar volgend op de datum van de onderhandse verkoopovereenkomst.
De vrijstellingen opgenomen in §3, 1°, 2° en 3°, zijn niet van toepassing op overdrachten aan verenigingen zonder winstoogmerk en andere entiteiten waarin de vroegere houder van het zakelijk recht bestuurslid is of een beslissende invloed kan uitoefenen.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning:
1° gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen;
2° gerenoveerd wordt blijkens een meldingsplichtig werk en/of gedetailleerd renovatieschema waarvoor een minimuminvestering van 5000 euro gedaan werd en dat onder de volgende categorieën valt:
Categorie 1: structurele elementen: werken aan muren, vloeren, plafonds;
Categorie 2: dak: volledige of gedeeltelijke vernieuwing van het dak van de woning;
Categorie 3: buitenschrijnwerk: de volledige of gedeeltelijke vernieuwing van het buitenschrijnwerk;
Categorie 4: technische installaties:
1.plaatsing van een verwarmingsinstallatie;
2.de gehele of gedeeltelijke vernieuwing van de elektrische huisinstallatie;
3.de hele of gedeeltelijke vernieuwing van de sanitaire installaties en keukenfuncties.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de meldingsakte of, indien van toepassing, vanaf de datum van indiening van het gedetailleerd renovatieschema zoals bedoeld in dit artikel.
Deze vrijstelling kan tot tweemaal verlengd worden voor een periode van één jaar mits de vrijstelling opnieuw wordt aangevraagd en mits bewijs van de vorderingen van de werken wordt voorgelegd;
De belastingplichtige dient een gedetailleerd renovatieschema voor te leggen dat de volgende stukken bevat:
- een tekening of schets van het gebouw en/of de woning met aanduiding van de geplande werken;
- een volledige opsomming en korte beschrijving van de geplande werken;
- een raming van de kostprijs van de werken door een offerte en/of factuur voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer of een offerte en/of factuur voor de levering van materialen, indien de werken in eigen beheer worden uitgevoerd of een combinatie van beiden.
3° gesloopt wordt, blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, of – indien er geen omgevingsvergunning vereist is – blijkens een ondertekende en gedetailleerde offerte voor de uitvoering van de sloopwerken, opgesteld door een aannemer of sloopfirma.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de datum van ondertekening van de offerte;
4° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar volgend op de datum van opname in de gewestelijke inventaris;
5° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
6° geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
7° krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.
Deze vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de eigenaar kan aantonen dat hij actief betrokken is bij het proces van behoud, herstel of herbestemming van het beschermde pand.
De vrijstelling kan worden toegekend:
● gedurende maximaal drie opeenvolgende jaren in de voorbereidingsfase, mits jaarlijks bewijs van een aanvraag, adviesvraag of ontwerpstudie;
● gedurende maximaal vijf opeenvolgende jaren in de uitvoeringsfase, mits jaarlijks bewijs van een vergunning, contract of technisch verslag.
De totale vrijstellingsduur bedraagt hoogstens acht opeenvolgende jaren, behoudens uitzonderlijke omstandigheden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Voor beschermde monumenten zonder renovatie-initiatief kan een vrijstelling enkel worden verleend indien de eigenaar jaarlijks bewijst dat het pand minstens één keer per jaar publiek toegankelijk wordt gesteld.
8° het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 8: Algemene bepalingen betreffende de inkohiering, vestiging, invordering en de bezwaarprocedure van de belasting
§1 De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§2. De belasting moet worden betaald binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
§3. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zoals gewijzigd.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en is bindend vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Zitting van 24 november 2025
BELASTINGREGLEMENT OP LEEGSTAANDE WONINGEN EN GEBOUWEN - AANSLAGJAREN 2026-2031
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt goed te keuren:
Belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen - aanslagjaren 2026 - 2031
Artikel 1: Belastbare grondslag
§ 1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1 van het reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 november 2025.
§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 2: Belastingplichtige
§ 1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de interlokale vereniging Hartje Hageland, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.
Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
• naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
• datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
• nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 3: tarief van de belasting
De basisbelasting bedraagt:
● 2.000 euro voor een woning of gebouw
● + 25 % (t.o.v. de basisbelasting) als een onroerend goed, een jaar, na de eerste inkohiering, nog altijd in het gemeentelijk leegstandsregister is opgenomen.
● + 50 % (t.o.v.de basisbelasting) als een onroerend goed, twee jaar, na de eerste inkohiering, nog altijd in het gemeentelijk leegstandsregister is opgenomen.
● + 75 % (t.o.v. de basisbelasting) als een onroerend goed, drie jaar, na de eerste inkohiering, nog altijd in het gemeentelijk leegstandsregister is opgenomen.
● +100 % (t.o.v. basisbelasting) als een onroerend goed, vier jaar of meer, na de eerste inkohiering, nog altijd in het gemeentelijk leegstandsregister is opgenomen.
Artikel 4: Vrijstellingen
§1. De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister: de anciënniteit van de opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat, wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de belasting wordt berekend op basis van de oorspronkelijke datum van opname in het leegstandsregister.
§2.. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die volle eigenaar is van één enkele woning, bij uitsluiting van enige andere woning. Deze vrijstelling geldt gedurende de eerste drie jaar volgend op de datum van eigendomsverwerving;
2° De belastingplichtige die volle eigenaar is van meer dan één enkele woning.
Deze vrijstelling geldt gedurende twee jaar volgend op de datum van eigendomsverwerving;
3° De belastingplichtige die kan bewijzen dat de woning verkocht is aan de hand van een onderhandse verkoopovereenkomst, ook al is de authentieke akte nog niet verleden.
Deze vrijstelling geldt gedurende het eerste jaar volgend op de datum van de onderhandse verkoopovereenkomst.
De vrijstellingen opgenomen in §3, 1°, 2° en 3°, zijn niet van toepassing op overdrachten aan verenigingen zonder winstoogmerk en andere entiteiten waarin de vroegere houder van het zakelijk recht bestuurslid is of een beslissende invloed kan uitoefenen.
4° De belastingplichtige, indien deze houder van het zakelijk recht de laatste bewoner is van de geïnventariseerde woning, die hij als hoofdverblijfplaats gebruikte, en die tijdelijk of permanent verblijft in een erkende ouderenvoorziening, of langdurig werd opgenomen in een psychiatrische of penitentiaire instelling, of ziekenhuis. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende voorziening of instelling waar de belastingplichtige verblijft.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar volgend op de datum van opname in het leegstandsregister;
5° De belastingplichtige, indien deze houder van het zakelijk recht de laatste bewoner is van de geïnventariseerde woning, die hij als hoofdverblijfplaats gebruikte, en waarvan de handelingsbekwaamheid werd beperkt ingevolge een gerechtelijke beslissing.
Deze vrijstelling geldt eveneens voor verlengde minderjarigen en voor personen onder bewindvoering.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar volgend op de datum van opname in het leegstandsregister.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1° Gerenoveerd wordt, blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen;
2° Gesloopt wordt, blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, of – indien er geen omgevingsvergunning vereist is – blijkens een ondertekende en gedetailleerde offerte voor de uitvoering van de sloopwerken, opgesteld door een aannemer of sloopfirma.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de datum van ondertekening van de offerte;
3° Gerenoveerd wordt, blijkens een meldingsplichtig werk en/of gedetailleerd renovatieschema, waarvoor een minimuminvestering van € 5.000,00 werd gedaan, en dat onder een van de volgende categorieën valt:
● Categorie 1: structurele elementen – werken aan muren, vloeren, plafonds;
● Categorie 2: dak – volledige of gedeeltelijke vernieuwing van het dak van de woning;
● Categorie 3: buitenschrijnwerk – volledige of gedeeltelijke vernieuwing van het buitenschrijnwerk;
● Categorie 4: technische installaties:
a. plaatsing van een verwarmingsinstallatie;
b. gehele of gedeeltelijke vernieuwing van de elektrische huisinstallatie;
c. gehele of gedeeltelijke vernieuwing van de sanitaire installaties en/of keukenfuncties.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de meldingsakte of, indien van toepassing, vanaf de datum van indiening van het gedetailleerd renovatieschema zoals bedoeld in dit artikel.
Deze vrijstelling kan tot tweemaal verlengd worden voor een periode van één jaar mits de vrijstelling opnieuw wordt aangevraagd en mits bewijs van de vorderingen van de werken wordt voorgelegd;
De belastingplichtige dient een gedetailleerd renovatieschema voor te leggen dat de volgende stukken bevat:
● een tekening of schets van het gebouw en/of de woning met aanduiding van de geplande werken;
● een volledige opsomming en korte beschrijving van de geplande werken;
● een raming van de kostprijs van de werken door een offerte en/of factuur voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer of een offerte en/of factuur voor de levering van materialen, indien de werken in eigen beheer worden uitgevoerd of een combinatie van beiden.
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een gerechtelijke procedure.
Deze vrijstelling geldt tot één jaar na het beëindigen van het feit of de procedure die het daadwerkelijk gebruik van de woning of het gebouw onmogelijk maakt;
5° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van één jaar volgend op de datum van opname in het leegstandsregister;
6° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
Deze vrijstelling geldt gedurende vijf jaar vanaf de definitieve goedkeuring van het onteigeningsplan.
7° Krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.
Deze vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de eigenaar kan aantonen dat hij actief betrokken is bij het proces van behoud, herstel of herbestemming van het beschermde pand.
De vrijstelling kan worden toegekend:
● gedurende maximaal drie opeenvolgende jaren in de voorbereidingsfase, mits jaarlijks bewijs van een aanvraag, adviesvraag of ontwerpstudie;
● gedurende maximaal vijf opeenvolgende jaren in de uitvoeringsfase, mits jaarlijks bewijs van een vergunning, contract of technisch verslag.
De totale vrijstellingsduur bedraagt hoogstens acht opeenvolgende jaren, behoudens uitzonderlijke omstandigheden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Voor beschermde monumenten zonder renovatie-initiatief kan een vrijstelling enkel worden verleend indien de eigenaar jaarlijks bewijst dat het pand minstens een keer per jaar publiek toegankelijk wordt gesteld.
Artikel 5: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 8: Toepasselijke regelgeving
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en is bindend vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2031.
Zitting van 24 november 2025
BELASTINGREGLEMENT OP TWEEDE VERBLIJVEN - AANSLAGJAREN 2026-2031
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het belastingreglement op tweede verblijven - aanslagjaren 2026-2031 als volgt goed te keuren:
Belastingreglement op tweede verblijven - aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Artikel 2: Begripsomschrijving
Als tweede verblijf wordt beschouwd: een verblijfplaats waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Bekkevoort of waar nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend.
Als een verblijfplaats wordt beschouwd: een onroerend goed of gedeelte ervan dat hoofdzakelijk is bestemd voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
Het gaat hier over elke woning dus ook over grote en kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, en de met chalets gelijkgestelde caravans.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar het zakelijke recht heeft op het tweede verblijf.
Wanneer er meerdere zakelijk gerechtigden zijn m.b.t. het tweede verblijf zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Ingeval van:
- erfpacht of opstalrecht is de belastingplichtige de erfpachter of de opstalhouder.
- vruchtgebruik is de belastingplichtige de vruchtgebruiker
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting is ondeelbaar en is voor het volledige belastingjaar verschuldigd door de belastingplichtige die op 1 januari van het belastingjaar als zodanig wordt beschouwd.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:
a.Voor tweede verblijven met een totale bebouwde vloeroppervlakte (bijgebouwen inbegrepen) tot en met 40 m²: € 500 (vijfhonderd)
b. Voor tweede verblijven met een totale bebouwde vloeroppervlakte (bijgebouwen inbegrepen) groter dan 40 m²: € 2000 (tweeduizend)
De totale bebouwde vloeroppervlakte wordt gemeten aan de buitenzijde van de constructie.
Artikel 5: Vrijstellingen
Volgende verblijfplaatsen zijn vrijgesteld van belasting:
○ het huurcontract afgesloten werd tussen 1 en 31 december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar;
○ de huurder uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar ingeschreven is in de gemeentelijke registers.
Artikel 6: Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier. Dit formulier moet behoorlijk ingevuld en ondertekend teruggestuurd worden vóór de erin vermelde vervaldatum.
Indien de belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangt, is hij verplicht uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar de voor de aanslag noodzakelijke gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen. Op verzoek van de belastingplichtige verstrekt het gemeentebestuur een aangifteformulier. Dit formulier moet eveneens vóór 1 april schriftelijk ingediend worden.
Wanneer de belastingplichtige een voorstel van aangifte ontvangt:
● Indien de gegevens overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, hoeft hij dit voorstel niet terug te sturen. In dat geval geldt de aangifteplicht als vervuld en wordt de belasting gevestigd op basis van het voorstel.
● Indien de gegevens onjuist of onvolledig zijn, moet het voorstel binnen 30 dagen na verzending verbeterd of aangevuld teruggestuurd worden. Correcties kunnen uitsluitend schriftelijk ingediend worden. Het tijdig teruggestuurde verbeterde voorstel geldt als aangifte.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, dan verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag.
Een aangifte geldt als laattijdig wanneer zij na de uiterste indieningsdatum wordt gepost of afgegeven, zelfs indien dit tegen ontvangstbewijs gebeurt.
Artikel 7: Controle en bewijs van gebruik
§1. De administratie is te allen tijde gerechtigd na te gaan of een als tweede verblijf aangegeven pand effectief in gebruik is als tweede verblijf in de zin van dit reglement.
§2. De eigenaar of houder van het zakelijk recht is verplicht om, op eenvoudig verzoek van de administratie, de nodige bewijsstukken voor te leggen die het effectief gebruik aantonen, zoals onder meer:
● afrekeningen van nutsvoorzieningen (elektriciteit, water, gas, internet, …);
● foto’s van de ingerichte en gebruikte ruimten;
● of andere relevante documenten die het gebruik als tweede verblijf aannemelijk maken.
§3. Indien de eigenaar of houder van het zakelijk recht geen afdoende bewijzen van effectief gebruik verstrekt, of indien uit het onderzoek van de administratie blijkt dat het pand niet daadwerkelijk in gebruik is als tweede verblijf, kan de administratie het pand overeenkomstig de bepalingen van het gemeentelijk reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen onderzoeken op leegstand.
Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden, kan het pand worden opgenomen in de inventaris van leegstaande woningen en gebouwen, met toepassing van de daaraan verbonden fiscale en administratieve gevolgen.
§4. Een pand dat effectief wordt opgenomen in de inventaris van leegstaande woningen en gebouwen, wordt ambtshalve geschrapt uit de inventaris van tweede verblijven, met ingang van de datum van opname in de leegstandsinventaris.
Artikel 8: Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn in dit reglement, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 500 euro.
Het bedrag van deze verhoogde belasting wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 9: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 12: Toepasselijke regelgeving
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (BS 13 juni 2008), laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 (BS 31 mei 2024), zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, evenals de artikelen 126 tot en met 175 van het KB/WIB 92, van toepassing, voor zover deze niet specifiek betrekking hebben op de belastingen op de inkomsten.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, en is bindend vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Zitting van 24 november 2025
DEELNAME AAN DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST BETREFFENDE DE ORGANISATIE VAN INTERGEMEENTELIJKE NATUUR- EN LANDSCHAPSPLOEGEN (INL) IN HET KADER VAN EEN DIENST ALGEMEEN ECONOMISCH BELANG (DAEB) VOOR DE PERIODE 2026 – 2031, UITGEVOERD DOOR IGO DIV
Besluit
eenparig
Artikel 1: De gemeenteraad beslist deel te nemen aan de Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031, uitgevoerd door IGO div.
Artikel 2: De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 2.175 uren (min. 725 uren) waarbij 1450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:
● 83.694 euro voor 2026
● 87.042 euro voor 2027
● 90.523,50 euro voor 2028
● 94.144,50 euro voor 2029
● 97.909,50 euro voor 2030
● 101.826 euro voor 2031
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan IGO div.
Artikel 4: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
RETRIBUTIEREGLEMENT OP WERKEN AAN NUTSVOORZIENINGEN OP GEMEENTELIJK OPENBAAR DOMEIN
Besluit
eenparig
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein als volgt goed:
Artikel 1: Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met verwijzing naar de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen zijn:
○ alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drinkwater, warm water, brandstof,
○ alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2: Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per lopende meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3: Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de eigenaar van de nutsleidingen als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 4: Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5: Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid. Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Zitting van 24 november 2025
GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL - GOEDKEURING SCHOOLREGLEMENT EN INFORMATIEBROCHURE
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het schoolreglement met informatiebrochure, in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd en zal met ingang van heden van toepassing zijn.
Artikel 2: Het bestaande huidige schoolreglement gewoon basisonderwijs met inbegrip van de informatiebrochure, goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 september 2024, wordt opgeheven.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
TOETREDINGSOVEREENKOMST DIGITALE AANGIFTE OVERLIJDEN VIA ELYS-PLATFORM
Besluit
eenparig
Artikel 1: De toetredingsovereenkomst voor opstart van digitale aangifte overlijden via het eLys-platform wordt goedgekeurd.
Artikel 2: De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd om deze toetredingsovereenkomst te ondertekenen.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, van toepassing.
Tommy Heusdens Nathalie Weckx Hans Vandenberg Heidi Haesevoets Pieter Clabots Thorin Lowis Mia Peeters Jan Van Cauwenbergh Sofie Van de Broeck Luc Janssens Marc Deryk Johan Everaerts Raf Vanmeensel Hilde Goedhuys Wouter Lenaerts Sofi Vandenberg Heidi Vanderstukken Bart Volders Tommy Heusdens Nathalie Weckx Hans Vandenberg Heidi Haesevoets Pieter Clabots Thorin Lowis Mia Peeters Jan Van Cauwenbergh Sofie Van de Broeck Luc Janssens Marc Deryk Johan Everaerts Raf Vanmeensel Wouter Lenaerts Sofi Vandenberg Heidi Vanderstukken Bart Volders Mia Peeters Hans Vandenberg Sofi Vandenberg Sofie Van de Broeck Pieter Clabots Luc Janssens Wouter Lenaerts Jan Van Cauwenbergh Marc Deryk Johan Everaerts Raf Vanmeensel Tommy Heusdens Heidi Haesevoets Heidi Vanderstukken Nathalie Weckx Thorin Lowis Bart Volders aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 7 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 24 november 2025
AANVRAAG CONVENANT WEDKANTOOR KLASSE IV STAATSBAAN 153
Besluit
10 stemmen voor: Jan Van Cauwenbergh, Hans Vandenberg, Johan Everaerts, Wouter Lenaerts, Luc Janssens, Sofie Van de Broeck, Mia Peeters, Marc Deryk, Sofi Vandenberg en Pieter Clabots
7 onthoudingen: Bart Volders, Tommy Heusdens, Raf Vanmeensel, Nathalie Weckx, Thorin Lowis, Heidi Vanderstukken en Heidi Haesevoets
Artikel 1: Tussen de gemeente Bekkevoort en de besloten vennootschap KENT uit Herentals wordt een convenant afgesloten voor de uitbating van een wedkantoor (kansspelinrichting klasse IV) op Staatsbaan 153 in Bekkevoort.
De tekst van bedoelde convenant is bijgevoegd in bijlage en wordt bij deze door de gemeenteraad goedgekeurd.
Artikel 2: Ongeacht de voorwaarden die eventueel door de kansspelcommissie worden opgelegd, dient de uitbating aan volgende voorwaarden te voldoen:
a) De kansspelinrichting mag dagelijks geopend zijn van 11u tot 22u.
b) Het wedkantoor moet te allen tijde voldoen aan de geldende wetgeving met betrekking tot de omgeving, meer bepaald inzake stedenbouw en milieu
c) De speelzaal moet volledig afgescheiden zijn van andere bestemmingsruimten.
d) In het gebouw waar de uitbating gebeurt, mogen geen alcoholische dranken geschonken noch verkocht of verbruikt worden.
e) In het gebouw waar de uitbating gebeurt en op het perceel waarop dit gebouw gevestigd is, mogen geen gratis maaltijden aangeboden worden. Eventuele maaltijden of snacks moeten in een normale gangbare prijsklasse verkoopbaar worden gesteld.
f) Personen onder de 21 jaar moet de toegang tot de uitbating ontzegd worden, zelfs zo deze worden vergezeld van een persoon die de leeftijd van een 21 jaar reeds heeft bereikt.
g) De speelautomaten, van welke aard of vorm ook, mogen niet zichtbaar zijn van buitenaf.
h) Het personeel moet op duidelijk herkenbare wijze (met naamvermelding) toezicht houden op de eventuele misbruiken inzake besteding en werkingsregels zoals voorzien in het KB van 22 december 2000 en eventuele latere wijzigingen.
i) Enkel door de wet toegelaten toestellen mogen worden opgesteld in het gebouw waar de uitbating gebeurt.
j) Er mag geen krediet verleend worden aan de spelers.
k) Er dient tijdens de openingsuren continue camerabewaking te worden voorzien conform de wettelijke bepalingen waarvan de tapes of de registratie ervan kan opgevraagd worden ter controle door het toezicht hiervoor aangesteld en/of door de politiediensten.
Artikel 3: De bepalingen van de wet van 7 mei 1999 betreffende de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inbegrepen haar latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten, alsook de bepalingen van de gemeentelijke politieverordeningen, moeten stipt worden nageleefd.
Artikel 4: Het toezicht op het wedkantoor zal uitgeoefend worden door Politiezone Hageland.
Artikel 5: Het convenant zal na een periode van 1 jaar geëvalueerd worden.
Artikel 6: Deze overeenkomst alsook de vergunning die door de kansspelcommissie wordt verleend, is persoonlijk en niet overdraagbaar. Indien een of meer bepalingen voorzien in de wet, de uitvoeringsbesluiten, de voorwaarden die eventueel door de kansspelcommissie worden opgelegd, artikel 2 en 3 van dit besluit en/of de gemeentelijke politieverordeningen niet worden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen met onmiddellijke ingang beslissen tot intrekking van deze overeenkomst.
Artikel 7: De algemeen directeur en de burgemeester worden gemachtigd voor de ondertekening van dit convenant.
Artikel 8: Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de Politiezone Hageland.
Artikel 9: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
BELASTING OP DE ADMINISTRATIEVE STUKKEN - DIENST BURGER- EN WELZIJNSZAKEN 2026
Besluit
eenparig
Artikel 1: Voor het financieel boekjaar 2026 wordt de belasting op de afgifte van administratieve stukken – dienst burger- en welzijnszaken als volgt vastgesteld:
Artikel 1: Er wordt voor het financieel boekjaar 2026 een contante gemeentebelasting gevestigd op het afleveren van administratieve stukken met betrekking tot de dienst burger- en welzijnszaken door het gemeentebestuur.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke en/of rechtspersoon aan wie het stuk ambtshalve of op diens vraag wordt afgegeven.
Artikel 3: Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de afgifte van:
● administratieve stukken ten voordele van werkzoekende werklozen, evenals ten voordele van alle minder begoede werkzoekenden, waarbij ondermeer de afgestudeerde eindejaarsleerlingen, studenten en werkzoekenden die het bestaansminimum als enig inkomen hebben;
● stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd;
● stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen: de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd;
● de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden;
● bescheiden opgemaakt aan de hand van de bevolkingsregisters voor de personen die een aanvraag indienen voor tegemoetkoming uit het rampenfonds;
● het invullen van voorgedrukte formulieren;
● administratieve stukken nodig om zich in orde stellen voor een administratieve verhuis gedurende een periode van 12 maanden vanaf de definitieve straatnaamwijziging of hernummering.
● documenten die aangevraagd worden via het E-loket van de gemeente.
Artikel 4: De belasting is vastgesteld als volgt:
Op de verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen:
● de nog bestaande papieren verblijfsdocumenten: 14,50 EUR voor het eerste document en 14,50 EUR voor een duplicaat;
● de elektronische vreemdelingenkaarten: 7,40 EUR;
● de biometrische vreemdelingenkaarten (niet EU-ers): 8,30 EUR;
● de aanmaakkosten van de elektronische en biometrische identiteitskaarten worden integraal doorverrekend aan de aanvrager bij normale en spoedprocedures.
Op de afgifte van paspoorten (reispassen):
● voor een paspoort afgegeven aan een kind jonger dan 18 jaar worden geen gemeentelijke taksen aangerekend;
● 14 EUR voor elke nieuwe reispas;
● de aanmaakkosten van de reispassen worden integraal doorverrekend aan de aanvrager bij normale en spoedprocedures.
Op de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten (voor Belgische onderdanen):
● 7,40 EUR;
● de aanmaakkosten van de elektronische identiteitskaarten worden integraal doorverrekend aan de aanvrager bij normale en spoedprocedures.
Op de uitreiking van de identiteitskaarten voor kinderen onder de 12 jaar:
● Sinds 15 januari 2024 vervangt de elektronische verblijfskaart voor een niet-Belgisch kind het eerdere papieren identiteitsbewijs voor een niet Belgisch kind
● Er worden hiervoor geen gemeentelijke taksen aangerekend. De aanmaakkosten ten laste van de gemeente bij normale procedures en de aanmaakkosten bij spoedprocedures worden integraal doorverrekend aan de aanvrager.
● Kids – ID: er worden geen gemeentelijke taksen aangerekend. De aanmaakkosten ten laste van de gemeente bij normale procedures en de aanmaakkosten bij spoedprocedures worden integraal doorverrekend aan de aanvrager.
Op de uitreiking van de nieuwe rijbewijzen in bankkaartmodel:
● 5 EUR voor de voorlopige rijbewijzen;
● 10 EUR voor de overige rijbewijzen;
● de aanmaakkosten van de rijbewijzen in bankkaartmodel worden integraal doorverrekend aan de aanvrager.
Op de uitreiking van internationale rijbewijzen: 14 EUR.
Op de uitreiking van huwelijksboekjes:15 EUR per boekje.
Op het afsluiten van een huwelijk:
● tijdens de kantooruren: 75 EUR.
Maandag, dinsdag, woensdag van 09.00 u t.e.m. 16.00u, donderdag van 09.00 t.e.m. 19.30u
en vrijdag van 09.00u t.e.m. 12.00u;
● buiten de kantooruren: 125 EUR
● Op zon- en feestdagen: 250 EUR enkel mits voorafgaande toestemming van de ambtenaar van de burgerlijke stand (geen aanwezigheid van een extra gemeentelijk ambtenaar)
In deze belasting zijn de attesten van werkverlet inbegrepen.
Op de uitreiking van uittreksels uit het strafregister:
● 5 EUR;
● werkgerelateerde attesten (ook vakantiejobs): gratis.
Op procedure tot voornaamswijziging:
● voornaamswijziging: 100 EUR;
● voornaamswijziging transgenders: 10 EUR;
● voornaamswijziging vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken: 0 EUR.
Voor alle andere documenten, getuigschriften, uittreksels met betrekking tot de dienst burger- en welzijnszaken voor de welke geen speciaal tarief werd bepaald en die van ambtswege of op verzoek worden afgeleverd: 1,50 EUR.
Artikel 5: De belasting moet bij het afleveren van het stuk contant worden betaald. Het bewijs van de betaling der belasting blijkt uit de afgifte van een ontvangstbewijs, waarop het belastingbedrag vermeld is. De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar. Als de contantbelasting niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
BELASTING OP NACHTWINKELS EN PRIVATE BUREAUS VOOR TELECOMMUNICATIE
Besluit
eenparig
Artikel 1: De gemeenteraad besluit het reglement op de nachtwinkels voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt goed te keuren:
Artikel 1: Definitie
Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en hoofdzakelijk tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit de wet van 10 november 2006 betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Onder privaat bureau voor telecommunicatie – ook phoneshop genoemd – wordt verstaan: een voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten.
Artikel 2: Heffingstermijn/Grondslag
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels en bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 3: Overgangsmaatregel
Nachtwinkels en bureaus voor telecommunicatie die hun activiteit startten vóór de inwerkingtreding van dit reglement zijn vrijgesteld van de openingsbelasting. Zij betalen wel de jaarlijkse belasting.
Artikel 4: De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op 6.000 euro per nachtwinkel of phoneshop en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit zoals gedefinieerd in artikel 1 van dit reglement.
Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 1500 euro per nachtwinkel of phoneshop.
De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
De jaarlijkse belasting gaat in het jaar volgend op het aanslagjaar van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.
Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
Artikel 5: Belastingplichtigen
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel of phoneshop. De eigenaar van het onroerend goed waarin de exploitatie plaatsvindt is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6: Aangifte
§ 1. Openingsbelasting
De natuurlijke of rechtspersoon die een nachtwinkel of phoneshop opent (of de uitbating ervan heeft overgenomen), is verplicht daarvan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier dat op eenvoudig verzoek kan bekomen worden. Deze aangifte dient uiterlijk op 31 juli van het aanslagjaar ingediend te worden voor de openingen (of wijzigingen van uitbating) die hebben plaatsgevonden in de eerste helft van het aanslagjaar. De aangifte dient te geschieden uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar voor de openingen (of wijzigingen van uitbating) die hebben plaatsgevonden in de tweede helft van het aanslagjaar.
§ 2. Jaarlijkse belasting
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat uiterlijk op 1 maart van het aanslagjaar behoorlijk dient ingevuld, ondertekend en teruggestuurd te worden.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen of dit raadplegen op www.bekkevoort.be. De belastingplichtige blijft verantwoordelijk om de aangifte te doen uiterlijk 1 maart van het aanslagjaar.
Artikel 7: Wijziging of stopzetting
Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit zoals gedefinieerd onder artikel 1 dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen binnen een termijn van één maand volgend op de wijziging of stopzetting per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Artikel 8: Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de respectievelijke aangiftedatum, vermeld in artikel 6 wordt van ambtswege een belasting geheven op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur beschikt en conform de procedure van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 9: Betaling
De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na het verzenden van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet wordt onverwijld door de financieel directeur aan de belastingplichtige gestuurd.
Artikel 10: Bezwaarschriften
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen, Eugeen Coolsstraat 17, 3460 Bekkevoort.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Bezwaarschriften kunnen via een duurzame drager worden ingediend (elektronische informatiedrager, fax of e-mail, ..) Het bezwaar wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt naam, hoedanigheid en adres of zetel van de belastingplichtige, het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
§2. De bezwaarprocedure wordt verder behandeld conform de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, inzonderheid artikel 9 § 2 tot 5.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
ADDENDUM BIJ DE OVEREENKOMST BASISINFRASTRUCTUUR DIGITALE BIBLIOTHEEK TUSSEN VZW CULTUURCONNECT EN HET GEMEENTEBESTUUR BEKKEVOORT
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het addendum bij de overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen vzw Cultuurconnect en het gemeentebestuur Bekkevoort, in bijlage bij dit besluit, goed te keuren.
Artikel 2: De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd om de overeenkomst, in bijlage bij dit besluit, te ondertekenen.
Artikel 3: De nodige kredieten voor de bekostiging van de verderzetting van de overeenkomst worden voorzien in de meerjarenplanning van 2026 en volgende jaren.
Artikel 4: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Aanduiding van schepen Johan Everaerts als stemgerechtigde vertegenwoordiger, raadslid Jan Van Cauwenbergh als plaatsvervangende en adviserende vertegenwoordiger in de interlokale vereniging Hartje Hageland: Tommy Heusdens Nathalie Weckx Hans Vandenberg Heidi Haesevoets Pieter Clabots Thorin Lowis Mia Peeters Jan Van Cauwenbergh Sofie Van de Broeck Luc Janssens Marc Deryk Johan Everaerts Raf Vanmeensel Hilde Goedhuys Wouter Lenaerts Sofi Vandenberg Heidi Vanderstukken Bart Volders Tommy Heusdens Nathalie Weckx Hans Vandenberg Heidi Haesevoets Pieter Clabots Thorin Lowis Mia Peeters Jan Van Cauwenbergh Sofie Van de Broeck Luc Janssens Marc Deryk Johan Everaerts Raf Vanmeensel Wouter Lenaerts Sofi Vandenberg Heidi Vanderstukken Bart Volders aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 24 november 2025
ILV HARTJE HAGELAND - AANDUIDING VERTEGENWOORDIGERS
Besluit
Aanduiding van schepen Johan Everaerts als stemgerechtigde vertegenwoordiger, raadslid Jan Van Cauwenbergh als plaatsvervangende en adviserende vertegenwoordiger in de interlokale vereniging Hartje Hageland:
Na geheime stemming:
17 stemmen voor
Artikel 1: Als stemgerechtigde vertegenwoordiger van de gemeente in de Interlokale Vereniging Hartje Hageland wordt aangeduid: Johan Everaerts, schepen.
Artikel 2: Als plaatsvervangende vertegenwoordiger van de gemeente in de Interlokale Vereniging Hartje Hageland wordt aangeduid: Jan Van Cauwenbergh, voorzitter gemeenteraad.
Artikel 3: Als afgevaardigde met adviserende stem van de gemeente in de Interlokale Vereniging Hartje Hageland wordt aangeduid: Jan Van Cauwenbergh, voorzitter gemeenteraad.
Artikel 4: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de Interlokale Vereniging Hartje Hageland.
Artikel 5: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
CREAT SERVICES DV - BEPALING VAN HET MANDAAT VAN DE VERTEGENWOORDIGER OP DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN 16 DECEMBER 2025
Besluit
eenparig
Artikel 1: De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering Creat Services dv van 16 december 2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:
1. Wijziging van vermogen;
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen;
3. Evaluatie met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur)
4. Begroting 2026 ( overeenkomstig art. 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
5. Statutaire benoemingen
Varia
Artikel 2: De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger, de heer Luc Janssens en de plaatsvervangende vertegenwoordiger de heer Wouter Lenaerts op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de algemene vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16 december 2025, te onderschrijven en zijn stemgedrag hierop af te stemmen op het in beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Buitengewone Algemene Vergadering.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit zal verzonden worden:
• hetzij bij voorkeur per elektronische post naar het e-mailadres avcreatservices@creat.be
• hetzij per post t.a.v. Creat Services dv, p/a Intercommunaal Beheer, Stropstraat 1 te 9000 Gent.
Artikel 4: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
IGS HOFHEIDE - GOEDKEURING AGENDA EN BEPALING VAN HET MANDAAT VAN DE VERTEGENWOORDIGER OP DE ALGEMENE VERGADERING VAN 17 DECEMBER 2025
Besluit
eenparig
Artikel 1: Het mandaat van de vertegenwoordiger in de algemene vergadering van 17 december 2025 als volgt vast te stellen: Goedkeuring van alle agendapunten.
Artikel 2: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
INTERLEUVEN - ALGEMENE VERGADERING VAN 17 DECEMBER 2025 - BEPALING VAN HET MANDAAT VAN DE VERTEGENWOORDIGER
Besluit
eenparig
Artikel 1: Voor te stellen aan de gemeenteraad om het mandaat vast te stellen van dhr. Wouter Lenaerts en dhr. Marc Deryk, die werden aangeduid als vertegenwoordiger op de algemene vergaderingen van Interleuven voor de ganse legislatuur als volgt: Goedkeuring van de agendapunten van de algemene vergadering van 17 december 2025.
Artikel 2: Dit besluit over te maken aan directiesecretariaat@interleuven.be.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
C-SMART - GOEDKEURING AGENDA EN BEPALING VAN HET MANDAAT VAN DE VERTEGENWOORDIGER OP DE ALGEMENE VERGADERING VAN 18 DECEMBER 2025
Besluit
eenparig
Artikel 1: Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 goedgekeurd.
Artikel 2: Dhr. Wouter Lenaerts, vertegenwoordiger van de gemeente, of diens plaatsvervanger dhr. Luc Janssens, wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart.
Artikel 4: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
IGO DIV - GOEDKEURING AGENDA EN BEPALING VAN HET MANDAAT VAN DE VERTEGENWOORDIGER OP DE ALGEMENE VERGADERING VAN 19 DECEMBER 2025
Besluit
eenparig
Artikel 1: De agenda van de algemene vergadering van 19 december 2025 van de intergemeentelijke vereniging IGO wordt goedgekeurd.
Artikel 2: Mevrouw Mia Peeters, vertegenwoordiger in de algemene vergadering van IGO, krijgt het mandaat om de agendapunten van de algemene vergadering van 19 december 2025 goed te keuren.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Zitting van 24 november 2025
ECOWERF - BIJZONDERE ALGEMENE VERGADERING 26 NOVEMBER 2025 - GOEDKEURING AGENDA EN BEPALING VAN HET MANDAAT VAN DE GEMEENTELIJKE VERTEGENWOORDIGER
Besluit
eenparig
Artikel 1: De heer Johan Everaerts, vertegenwoordiger en de plaatsvervangende vertegenwoordiger de heer Pieter Clabots worden gemandateerd om de agendapunten van de algemene vergadering van EcoWerf, Intergemeentelijk milieubedrijf Oost-Brabant van 26 november 2025 goed te keuren.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit te zenden naar de gemeentelijk afgevaardigde en Ecowerf, t.a.v. mevr. Ann Verloo, management assistent.
Artikel 3: Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.