Hans Vandenberg Jens Snyers Nathalie Weckx Pieter Clabots Tommy Heusdens Hilde Goedhuys Bart Volders Heidi Vanderstukken Heidi Haesevoets Raf Vanmeensel Johan Everaerts Jan Van Cauwenbergh Marc Deryk Sofi Vandenberg Sofie Van de Broeck Wouter Lenaerts Luc Janssens Hans Vandenberg Jens Snyers Nathalie Weckx Pieter Clabots Tommy Heusdens Bart Volders Heidi Vanderstukken Heidi Haesevoets Raf Vanmeensel Johan Everaerts Jan Van Cauwenbergh Marc Deryk Sofi Vandenberg Sofie Van de Broeck Wouter Lenaerts Luc Janssens Hans Vandenberg Luc Janssens Marc Deryk Pieter Clabots Jan Van Cauwenbergh Sofie Van de Broeck Wouter Lenaerts Sofi Vandenberg Johan Everaerts Jens Snyers Bart Volders Heidi Vanderstukken Tommy Heusdens Nathalie Weckx Raf Vanmeensel Heidi Haesevoets aantal voorstanders: 9 , aantal onthouders: 7 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
DE GEMEENTERAAD
Feiten en context
● Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning voor het uitvoeren van het bovengemeentelijk rioleringsproject “collector Pijnbeek fase2” in Wersbeek, deelgemeente van Molenbeek-Wersbeek, van de Vlaams-Brabantse gemeente Bekkevoort ingediend door Aquafin NV, Dijkstraat 8, 2630 Aartselaar (OMV_2025049881).
● Deze aanvraag beoogt onder meer de aanleg van een gescheiden rioolstelsel met bijhorende wegeniswerken in het wegsegment van de Halensebaan vanaf de kruising met de Oude Tiensebaan tot aan de N29 Provinciebaan en in de Processiestraat gelegen te Bekkevoort.
● Het dossier werd bij Departement Omgeving Vlaanderen ingediend op 16 december 2025.
● Het volledig- en ontvankelijkheidsbewijs afgeleverd op 02 januari 2026.
● Er werd een eerste openbaar onderzoek georganiseerd van 11 januari 2026 tot en met 09 februari 2026. Er werden 8 bezwaarschriften ontvangen.
● Op 02 maart 2026 werd een gewijzigde projectinhoud aanvaard en dit in kader van een administratieve rechtzetting van gegevens die betrekking hebben op "rechten van derden".
● Er werd een tweede openbaar onderzoek georganiseerd van 06 maart 2026 tot en met 04 april 2026. Er werden geen bijkomende bezwaarschriften ontvangen, doch 1 bezwaarschrift uit het eerste openbaar onderzoek werd hernomen en aangevuld.
● Volgende adviezen werden verstrekt m.b.t. deze aanvraag:
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Onroerend Erfgoed op 25 februari 2026.
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Departement Landbouw en Visserij op 16 maart 2026.
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Natuur en Bos op 19 maart 2026 (cfr. advies op 30 januari 2026).
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Vlaamse overheid, stedenbouwkundig advies op 27 maart 2026.
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Wegen en Verkeer op 30 maart 2026.
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Deputatie, Dienst waterlopen provincie Vlaams-Brabant (cfr. advies op 13 februari 2026 - ref. ‘2026-0022-WAT MACHT 4683’).
○ Voorwaardelijk gunstig advies van Winar op 16 maart 2026 (cfr. advies op 03 februari 2026 met kenmerk "BEKADV2026_01).
● Collegebesluit van 14 januari 2026 - indexatie grondinname - Pijnbeek fase 2
● Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 2026 : Aanvraag V781 - Zaak der wegen (aanleg van een nieuwe gemeenteweg en grondoverdracht naar openbaar domein) Processiestraat/Halensebaan.
● Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
● Collegebesluit van 15 april 2026 : OMV_2025049881 - Collector Pijnbeek Fase 2- Zaak der wegen.
Juridische gronden
● Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
● De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
● Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen.
● Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen.
● Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en latere wijzigingen.
● Het Tragewegenplan, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 maart 2017 en door de Deputatie in zitting van 15 juni 2017.
Argumentatie
Het omgevingsdecreet, in bijzonder artikel 31 dat het volgende bepaalt:
“§1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
§2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”
Het omgevingsbesluit, in bijzonder artikel 47 dat het volgende bepaalt:
“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”
De toelichting bij bovengenoemd omgevingsdecreet en -besluit:
“Art. 47. Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:
● de bevoegde overheid mag rechtstreeks weigeren zonder het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen;
● de regeling geldt zowel voor aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen als voor het verkavelen van gronden;
● beslist de gemeenteraad ongunstig over de zaak van de wegen, dan kan de bevoegde overheid geen vergunning verlenen, ook niet in beroep;
● de gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de zaak van de wegen, niet over de vergunningsaanvraag;
● de gemeenteraad bespreekt enkel de bezwaren die handelen over de zaak van de wegen, niet de andere bezwaarschriften.”
Overeenkomstig artikel 12, §2 van het Decreet Gemeentewegen kan de wijziging aan het gemeentelijk wegennet, zoals een wijziging, met toepassing van artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet opgenomen worden in een omgevingsvergunningsaanvraag. Dit op voorwaarde dat een rooilijnplan aan het aanvraagdossier wordt toegevoegd dat voldoet aan de vereisten van artikel 16 van het Decreet Gemeentewegen, en voor zover de wijziging past binnen de realisatie van de bestemming van de gronden.
De aanvrager maakt gebruik van deze mogelijkheid om naast de stedenbouwkundige handelingen ook de nodige gewijzigde rooilijnplannen bij te brengen, teneinde te voorzien in de wijziging en verbreding van de bestaande wegenissen, alsook de aanleg van publiek toegankelijke fietspaden doorheen het projectgebied.
De volgende wijzigingen worden aangebracht aan de rooilijnen van de betrokken gemeentewegen (van west naar oost weergegeven):
● Aan de noordzijde van de Halensebaan ter hoogte van het perceel met kadastraal nr. 288E (zijnde het hoekperceel met de Oude Tiensebaan) wordt de rooilijn verbreed met 9,30m over een lengte van 69,42m i.f.v. de Halensebaan om dan een hoek te maken i.f.v. de Oude Tiensebaan waar de rooilijn eveneens wordt verbreed van 3,10m tot ca. 9,30m over een lengte van ca. 42m.
● Aan de overzijde van de hoek Halensebaan - Oude Tiensebaan ter hoogte van het perceel met kadastraal nr. 1F wordt de rooilijn eveneens verbreed door een hoekafschuining te maken over een lengte van 3,72m.
● Aan de zuidzijde van de Halensebaan ter hoogte van het percelen met kadastrale nrs. 661M2 (zijnde het hoekperceel met de Tiensebaan) en 661P2 wordt de rooilijn verbreed van 0,52m tot 1,69 over een lengte van 97,86m.
● Aan de overzijde van de hoek Halensebaan - Tiensebaan ter hoogte van het percelen met kadastrale nrs. 218D (zijnde het hoekperceel met de Tiensebaan), 219D en 216D wordt de rooilijn verbreed van 1,39 tot ca. 12 zowel in functie van de Tiensebaan als de Halensbaan en dit over een lengte van respectievelijk 25,2m en 94,3m.
● Verder wordt de rooilijn van de Halensebaan nog verbreed van 0,5m tot 1,10m ter hoogte van het percelen met kadastrale nummers 662B, 4Z, 4A2, 4L en 6R.
● Aan de noordzijde van de Halensebaan ter hoogte van het perceel met kadastraal nr. 57K (zijnde het hoekperceel met de Processiestraat) wordt de rooilijn verbreed door een hoekafschuining te maken over een lengte van 6,11m.
● Voorbij het kruispunt met de Processiestraat wordt de rooilijn verbreed hetzij aan de noordzijde, hetzij aan de zuidzijde met een variërende breedte tot max. 3,65m en dit tot aan de aftakking van de Halensebaan aan de zuidzijde waar een extra verbreding van de rooilijn wordt voorzien i.f.v. deze aftakking.
● Tenslotte wordt de rooilijn van de Halensebaan aan de zuidzijde nog verbreed met min. 6,19m over een lengte van 37,26m ter hoogte van de aansluiting met de Provinciebaan.
De herinrichtingswerken van het project zullen zich op volgende wijze uiten:
● De rijweg van de Processiestraat wordt heraangelegd met een breedte van 4,50m in een nieuwe asfaltverharding met een aanhorig voetpad in grijze betonstraatstenen met een breedte van 1,10m.
● De rijweg van de Halensebaan wordt grotendeels heraangelegd in asfaltverharding. In de kern van het landelijk woongebied wordt de rijweg aangelegd met een cementbetonverharding. De Halensebaan heeft in de zone waar de toegelaten snelheid 70km/u is een breedte van 6,10m (excl. kantopsluiting) en in de zone waar de toegelaten snelheid 50km/u of minder is, een breedte van 5,40m (excl. kantsopsluiting).
● Ook de kruispunten met de zijwegen van de Halensebaan worden heringericht. Dit gebeurt ter hoogte van de Oude Tiensebaan met bijkomende grotendeels vrijliggende fietspaden, de aansluiting met de Leeuwkenstraat en Kiezgemstraat in asfalt en aanliggend voetpad en ter hoogte van de afbuiging Halensebaan (T-kruispunt) met o.a. grotendeels vrijliggende fietspaden en verkeersgeleiders in printbeton. De aansluiting van de Halensebaan bij de N29 Provinciebaan is reeds uitgevoerd in 2021 binnen het kader van het AWV project “vernieuwing Provinciebaan en Tiensesteenweg”.
● In de Halensebaan worden buiten de bebouwde kom aan weerszijden van de rijweg fietspaden voorzien. De uitvoering verschilt qua locatie en gebeurt als volgt:
○ in rode gekleurde asfaltverharding met een breedte van 1,75m op het kruispunt met de Oude Tiensebaan, het T-kruispunt Halensebaan en het T-kruispunt met de N29 Provinciebaan;
○ als aanliggende fietspaden met een breedte van 1,75m in zwarte asfaltverharding tussen de Oude Tiensebaan en de zone 30 ter hoogte van de Leeuwkenstraat in de bebouwde kom;
○ als vrijliggende fietspaden met een breedte van 1,75m in zwarte asfaltverharding met smalle groenstrook tussen rijweg en fietspad in het gedeelte tussen de Processiestraat en de afbuiging van de Halensebaan aan het T-kruispunt;
○ als aanliggende fietspaden met een breedte van 1,75m in een zwarte asfaltverharding in de meest oostelijke zone aansluitend bij de Provinciebaan.
● In het centrumgebied worden geen fietspaden voorzien maar fietssuggestiestroken in okerkleurige betonverharding als onderdeel van de rijweg in de zone 30, tussen de Leeuwkenstraat en de Processiestraat. In deze bebouwde zone worden parallel aan de rijweg aan weerszijden voetpaden in bruine betonstraatstenen voorzien.
● In de groene bermen binnen het openbaar domein worden er nog buffergrachten voorzien op een 3-tal plaatsen.
De wijziging omvat een geheel van wegeniswerken van de betrokken wegen, met ontharding waar dit mogelijk is zonder de verkeersveiligheid en waterhuishouding in het gedrang te brengen. In totaal wordt er een netto ontharding gerealiseerd van 1.807m². Alle wijzigingen omvatten de aanleg van een uniforme rijwegbreedte, met lokaal verbredingen in functie van aansluitingen op andere gemeentewegen.
Overeenkomstig artikel 12, §2 Decreet Gemeentewegen dient het aanvraagdossier een rooilijnplan te bevatten dat voldoet aan de vereisten uit het artikel 16, §2 en §3 Decreet Gemeentewegen. Krachtens voornoemd artikel dient een gemeentelijk rooilijnplan volgende elementen te omvatten:
● De actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg;
● De kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen;
● De naam van de eigenaars van de getroffen percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn;
● In voorkomend geval, een berekening van de eventuele waardevermindering of - vermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg;
● In voorkomend geval, de nutsleidingen die door de wijziging of verplaatsing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen.
Er dient te worden opgemerkt dat het voorgelegde rooilijnplan deels overlapt met het in de gemeenteraad op 26 januari 2026 goedgekeurde rooilijnplan, dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag tot omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met referentie OMV_2025124752 – intern nummer V781. Dit goedgekeurde rooilijnplan beoogt een kosteloze grondoverdracht naar het openbaar domein met als doel het verbreden van de bestaande wegenis, in kader van de geplande rioleringswerken en dit door het voorzien van een strook van 1,5m voor openbare nutsvoorzieningen. Het aangevraagde houdt geen rekening met het hiervoor vermelde goedgekeurde rooilijnplan (zoals hieronder weergegeven). Aangezien inneming 112 deel uitmaakt van een kosteloze grondoverdracht, komt deze te vervallen, onder voorbehoud van het verkrijgen van een rechtsgeldig en uitvoerbaar karakter van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met referentie OMV_2025124752 – intern nummer V781.
In de zitting van 25 maart 2026 besliste het college van burgemeester en schepenen om een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en stedenbouwkundige handelingen te verlenen aan Ardea Alba NV, Steenweg op Leuven 1188, 1200 Sint-Lambrechts Woluwe (OMV_2025124752). Het betreft een aanvraag voor het verkavelen van een terrein in 27 loten en bouwrijp maken (slopen van bestaande gebouwen, rooien van bomen en reliëfwijziging) voor 25 grondgebonden woningen en het aanleggen van nieuwe wegenis, op een terrein gelegen Halensebaan 114, 116, 118, Processiestraat 3 en 7, kadastraal gekend afdeling 3 sectie B nummers 57L, 57K, 58D, 58H, 59B2, 59R, 59F2, 59E2, 59C2, 59G2, 68F en 74F.
Het bij de aanvraag gevoegde rooilijnplan omvat de in artikel 16, §2 Decreet Gemeentewegen opgenomen elementen (opmerking de eigenaarsgegevens werden in een afzonderlijk document toegevoegd in kader van de bescherming van de persoonsgegevens).
Hierbij dient echter te worden opgemerkt dat de data met betrekking tot de meer-/minwaarde en de lijst met eigenaarsgegevens gedateerd zijn. Hiervoor wordt verwezen naar collegebesluit van 14 januari 2026 - indexatie grondinname - Pijnbeek fase 2, dat integraal deel uitmaakt van dit besluit. Bijkomend wordt een lijst met recente eigenaarsgegevens toegevoegd aan dit besluit. De onderhandeling voor de grondinname is lopende.
Aldus voldoet het in de aanvraag opgenomen rooilijnplan aan de vereisten welke door het Decreet Gemeentewegen aan een gemeentelijk rooilijnplan worden gesteld.
Vervolgens bepaalt artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet dat de gemeenteraad bevoegd is om te beslissen over de wijziging van de gemeenteweg. Hetgeen impliceert dat de gemeenteraad zich uitspreekt over de ligging, breedte en de uitrusting van de gemeenteweg en de eventuele opname in het openbaar domein. Verwezen wordt hiervoor naar de principes en doelstellingen uit het Decreet Gemeentewegen die gelden voor iedere wijziging van gemeentewegen:
“Art. 3
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Art. 4
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.”
Het is in het licht van deze principes en doelstellingen dat de beoogde wijziging zal worden onderzocht.
Tot slot geldt overeenkomstig artikel 32, §2 Omgevingsvergunningsdecreet dat een vergunning voor aanvragen met de wijziging van een gemeenteweg, slechts verleend kan worden na de goedkeuring van de wijziging van de gemeenteweg door de gemeenteraad. Het is eveneens aangewezen, in het licht van de zorgvuldigheid, de wijzigingen aan de wegenissen en infrastructuurwerken gezamenlijk te behandelen, teneinde een onderschatting van de impact te voorkomen.
● Algemeen
De betrokken wegen worden gewijzigd in de zin dat op verschillende locaties beperkte verbredingen aan de bestaande wegen wordt voorzien, alsook een nieuwe asfaltverharding of betonverharding wordt aangebracht na aanleg van de aangevraagde werken aan nutsleidingen. Deze beperkte aanpassingen staan in het teken van diverse doelstellingen zoals het bekomen van een uniforme wegenisbreedte, het voorzien van de nodige infiltratieruimte en ruimte om de afwateringsgrachten in onder te brengen en de vereiste ruimte voor de aanleg van een fietspad en/of voetpad.
De ontsluitingen van de percelen zoals op heden gekend, worden gegarandeerd via de op heden reeds bestaande inritten, waarbij de voorziene rooilijnaanpassingen hier geen negatief effect op zullen hebben.
Met voorliggende aanvraag wordt voorzien in een opwaardering van het wegennet en rioleringsnetwerk in Bekkevoort. Daarbij wordt een verhoging van de verkeersveiligheid beoogd door middel van het aanleggen van een uniforme rijwegbreedte aangelegd in duurzame materialen en het aanleggen van fietspaden en/of voetpaden om de verkeersveiligheid en toegankelijkheid te garanderen.
Bijkomend maakt het aangevraagde ook een vorm van ontharding uit, in de mate dat na afronding van de werkzaamheden sprake zal zijn van een vermindering van 1.807m² aan verharding.
Gelet op het belang voor de gemeente en de weggebruikers is het dan ook aangeraden om de huidige wegbeddingen in het openbaar domein te houden, en daarnaast doorheen het projectgebied in overeenstemming met de rooilijnplannen de huidige wegbeddingen enigszins uit te breiden en mee in het openbaar domein op te nemen.
● Algemeen belang
Overeenkomstig art. 4, 1° Decreet Gemeentewegen dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste te staan van het algemeen belang. Overeenkomstig de vaststaande rechtspraak hiertoe dient de wijziging aan het gemeentelijk wegennet te passen in een ruimtelijk doordacht wegennet dat ten goede komt van de weggebruikers. Waarbij de voorliggende rooilijnplannen in eerste instantie voorzien in de bijkomende ruimte voor de betrokken wegen om de nodige nutsleidingen aan te leggen en een veiligere verkeerssituatie te creëren voor gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer en voetgangers.
In de bestaande toestand kennen de betrokken gemeentewegen een variërend verloop, hetgeen nefast is voor zowel de zichtbaarheid van het wegbeeld (het verwachtingspatroon kan niet ingeschat worden) als de verkeersveiligheid.
Met de wijzigingen wordt er gekomen tot een uniforme wegenisbreedte in kwalitatieve materialen. Dergelijke inrichting zorgt ervoor dat de weggebruiker een verwachtingspatroon kan ontwikkelen aan de hand van een duidelijk wegbeeld. De wegenis wordt heringericht met als doelstelling om de verkeersveiligheid en duurzaamheid te bevorderen. De aanleg van de fietspaden en voetpaden komt tegemoet aan de doelstelling om voor trage weggebruikers een adequate en verkeersveilige infrastructuur te voorzien.
Bovendien wordt er een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd, zodanig de aangekoppelde woningen hun afvalwater beter kunnen verwerken maar ook zodanig de waterhuishouding beter gegarandeerd kan worden. Daarnaast worden de zachte bermen afdoende gedimensioneerd zodanig het water kan infiltreren en worden afwateringsgrachten geherprofileerd met als doelstelling hun functie te waarborgen – zijnde het verzorgen van de nodige infiltratie en buffering.
Met de voorziene wijziging aan de betrokken wegen wordt de wegenisinfrastructuur zodanig ingericht dat de zichtbaarheid van het verkeer toeneemt, bijkomende ruimte voor de weggebruikers voorzien wordt (ruimere wegbedding, …) en zo tegemoetgekomen wordt aan de noden van verkeersveiligheid.
Gelet op deze vaststellingen, strekt de inhoud van de rooilijnplannen het algemeen belang, en komen de voorliggende wijzigingen van de betrokken wegen ten goede van de gemeente Bekkevoort en haar inwoners waardoor er een ruimtelijk doordacht wegennet ontstaat.
● Uitzonderingskarakter wijziging
Overeenkomstig art. 4, 2° Decreet Gemeentewegen is elke wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg een uitzondering, die gemotiveerd moet worden. Blijkens de memorie van toelichting bij het Decreet Gemeentewegen werd deze motiveringsverplichting in het leven geroepen, met het oog op de bescherming van de trage wegen, d.w.z. de wegen niet hoofdzakelijk bestemd voor gemotoriseerd verkeer, in het bijzonder de oude voetwegen opgenomen in de atlas der buurtwegen. Hierbij wenste de decreetgever de ondoordachte opheffing van zulke trage wegen tegen te gaan, gezien hun belangrijke maatschappelijke en mobiliteitsfunctie. Waarbij de voorbereidende werkzaamheden bij het Decreet Gemeentewegen aangeven dat het principe van de Ladder van Lansink gerespecteerd moet worden wanneer mogelijk: behoud, verplaatsing, opheffing.
In voorliggend geval is deze motiveringsplicht niet van toepassing, aangezien geen wijziging, verplaatsing of opheffing van een trage weg beoogd wordt. Wel wordt met voorliggende aanvraag voorzien in een wijziging van de betrokken wegen om voldoende ruimte te bieden aan zowel gemotoriseerd verkeer als trage weggebruikers door de aanleg van fiets- en voetpaden.
● Verkeersveiligheid
Overeenkomstig artikel 4, 3° van het Gemeentewegendecreet dient bij de beslissingen omtrent de wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet, steeds de verkeersveiligheid in aanmerking te worden genomen.
Wat de mobiliteitsimpact betreft moet opgemerkt worden dat in hoofdzaak sprake is van een heraanleg van reeds bestaande wegenissen, zodat enige mobiliteitsimpact beperkt blijft. Hoe dan ook zal er sprake zijn van een verwaarloosbaar effect naar mobiliteitsimpact en hoeveelheid verkeersbewegingen.
Met de wijzigingen wordt er gekomen tot een uniforme wegenisbreedte in kwalitatieve materialen. Dergelijke inrichting zorgt ervoor dat de weggebruiker een verwachtingspatroon kan ontwikkelen aan de hand van een duidelijk wegbeeld. De wegenis wordt heringericht met als doelstelling om de verkeersveiligheid en duurzaamheid te bevorderen. De aanleg van de fietspaden en voetpaden komt tegemoet aan de doelstelling om voor trage weggebruikers een adequate en verkeersveilige infrastructuur te voorzien. Buiten het centrumgebied worden de fietspaden waar mogelijk maximaal vrijliggend aangelegd. Waar deze aanliggend aan de rijweg zijn voorzien, worden de fietspaden in een ander materiaal aangelegd dan de rijweg, zodat het fietspad visueel duidelijk zichtbaar is. In het centrumgebied worden geen fietspaden voorzien maar fietssuggestiestroken in okerkleurige betonverharding als onderdeel van de rijweg in de zone 30, tussen de Leeuwkenstraat en de Processiestraat. In deze bebouwde zone worden parallel aan de rijweg aan weerszijden voetpaden in bruine betonstraatstenen voorzien. Ook langs de Processieweg wordt een voetpad aanliggend aan de rijweg voorzien. De gevraagde wijzigingen komen zodoende de verkeersveiligheid ten goede.
Ter staving van het verkeersveilig karakter van de vooropgestelde wegenwerken kan gewezen worden op navolgende wegenisaspecten dewelke het verkeersveilig karakter aantonen:
● De nieuwe fietspaden kunnen te allen tijde door ieder type fietser gebruikt worden. De nieuwe fietspaden passen binnen het huidige netwerk van gemarkeerde lokale en bovenlokale fietsroutes.
● De huidige, onveilige kruispunten worden vervangen door nieuw ingerichte en beter leesbare kruispunten met veiligere oversteken. Op deze manier kunnen de fietsers de Halensebaan aan de kruising met de Oude Tiensebaan op een veilige manier oversteken waar dit vandaag minder het geval is.
● Op lokaal niveau wordt de veiligheid van zachte weggebruikers verhoogd. Plaatselijk wordt er geïnvesteerd in de kwalitatieve verbetering van het bestaand recreatief en functioneel netwerk van fietsverbindingen die Wersbeek doorkruisen. De heraanleg van de onveilige kruispunten wordt met het oog op de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer doorgevoerd.
● Ontsluiting aangrenzende percelen
Overeenkomstig artikel 4, 4° van het Gemeentewegendecreet dienen bij de beslissingen omtrent de wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds de ontsluiting van de aangelande percelen in aanmerking te worden genomen.
De voorziene werken hebben geen impact op de ontsluiting van de aangrenzende percelen, vnl. agrarische percelen in professioneel landbouwgebruik. De toegangen naar de achterliggende landbouwkavels (akkers, laagstamfruitboomgaarden) blijven gevrijwaard. Op de plaatsen waar in de bestaande toestand vanuit de Halensebaan een toegang naar de akker of weide aanwezig is, wordt in de ontworpen toestand een toegang behouden. Dit project met nieuwe fiets- en voetgangersinfrastructuur naast de her aan te leggen Halensebaan, doet geen aantasting aan de bereikbaarheid van de aangrenzende percelen. Ook de ontsluiting van de percelen langs de Processiestraat blijft gegarandeerd.
● Gemeentegrensoverschrijdend perspectief
Overeenkomstig artikel 4, 4° van het Gemeentewegendecreet dient zo nodig de wijziging aan het gemeentelijk wegennet te worden beoordeeld in grensoverschrijdend perspectief.
De wijziging van de betrokken wegenissen, die lokale wegen uitmaken, hebben geen effect op de aangrenzende gemeenten. De gemeentelijke wegen zijn volledig gelegen op het grondgebied van de gemeente Bekkevoort en de betrokken wegenis paalt niet aan een van de aanpalende gemeenten. Gelet op de concrete ligging van de betrokken gemeentewegen, wordt er geen impact op het gemeentelijk wegennet gerealiseerd die een mogelijks gemeentegrensoverschrijdend effect kan teweegbrengen.
● Actuele functie – toekomstige generaties
Overeenkomstig artikel 4, 5° van het Gemeentewegendecreet dient rekening te worden gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder hierbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij dienen tevens de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen te worden.
De aanvraag voorziet in het verzekeren van het toekomstig gebruik van de betrokken wegen en aangrenzende percelen, enerzijds door de voorziening in nieuwe nutsleidingen, anderzijds door een opwaardering van de betrokken wegenissen. In die zin wordt de actuele functie behouden, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het gebruik door de toekomstige generaties. Integendeel worden de noden van de toekomstige generaties enkel maar gewaarborgd, meer specifiek wordt een uniform wegbeeld voorzien in duurzame materialen met aandacht voor de waterhuishouding en trage weggebruikers. Deze wijzigingen zorgen er net voor dat toekomstige generaties zekerheid hebben over de duurzaamheid en verkeersveiligheid van de wegen waar zij gebruik van zullen maken. Dit biedt aan de gemeente de mogelijkheid om de verkeersleefbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid in de betrokken wegen – en dus het gemeentelijk wegennet – te versterken.
Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Openbaar onderzoek
Binnen het kader van de behandeling van de omgevingsvergunningsaanvraag met kenmerk OMV_2025049881 werd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bekkevoort een openbaar onderzoek georganiseerd van 11 januari 2026 tot en met 9 februari 2026. Tijdens dit openbaar onderzoek werden 8 bezwaarschriften ingediend (waarvan 2 identieke en dus een resterend totaal van 6 te behandelen bezwaarschriften).
Na het openbaar onderzoek kan de bevoegde overheid toestaan dat de vergunningsaanvrager wijzigingen aanbrengt in zijn vergunningsaanvraag. Bij controle van de opgenomen persoonsgegevens en meer-/minwaarde werd vastgesteld dat bepaalde gegevens niet actueel waren. Om die reden werd een administratieve rechtzetting doorgevoerd. Aangezien de gewijzigde gegevens betrekking hebben op "rechten van derden’ werd een tweede openbaar onderzoek georganiseerd van 06 maart 2026 tot en met 04 april 2026. Er werden geen bijkomende bezwaarschriften ontvangen, doch 1 bezwaarschrift uit het eerste openbaar onderzoek werd hernomen en aangevuld.
Overeenkomstig artikel 47 van het Omgevingsvergunningsbeluit komt het aan de gemeenteraad toe kennis te nemen van de bezwaren die betrekking hebben op de gemeentewegen en de rooilijnplannen dewelke behoren tot de bevoegdheid van de ‘zaak van de wegen’ zoals opgenomen in artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet. Andere elementen die betrekking hebben op de vergunningsverlening an sich worden niet door de gemeenteraad behandeld.
Hierbij de bemerking dat de afwateringsgracht noch opgenomen wordt in het rooilijnplan, noch hiervan een onderdeel uitmaakt, waardoor de gemeenteraad zich hier enkel over kan uitspreken in de rand van de mogelijke effecten op de inrichting van de betrokken gemeentewegen.
De bezwaarpunten in de ontvangen bezwaarschriften die betrekking hebben op de gemeentewegen en de rooilijnplannen kunnen als volgt samengevat worden:
Bezwaarschrift 1 (Tiensebaan 4):
● De huidige toegang kan niet meer behouden worden waardoor er een probleem is m.b.t. de bereikbaarheid van het eigendom
Bezwaarschrift 2 (Oude Tiensebaan 100):
● Het bezwaar stelt dat de bufferzone tussen de rijweg en de Panishoeve onvoldoende zou zijn, waardoor tijdens en na de uitvoering van de werken bouwschade en stabiliteitsproblemen zouden kunnen ontstaan.
Bezwaarschrift 3 (Tiensebaan 1):
● Het bezwaar stelt dat het voetpad ter hoogte van Tiensebaan 1 niet noodzakelijk zou zijn en bezwaarindiener vraagt om dit deels te vervangen door een groenzone van 1m breed tegen de gevel van de woning.
● Bovendien zou de voorziene bocht de kans op schade aan de woning naar aanleiding van een potentieel ongeval vergroten.
Bezwaarschrift 4 (Processiestraat 8):
● / (niet relevant in kader van gemeentewegen of rooilijnplannen)
Bezwaarschrift 5 (buffergracht Oost):
● Het bezwaar stelt dat er landbouwgrond wordt ingenomen zonder duidelijke verkeerswinst, met potentieel onveilige verkeerssituaties ter hoogte van het aanpalende kruispunt. Smallere rijstroken en een andere wegligging zouden dit kunnen vermijden. Ook het geplande fietspad bij de inrijpoort van de boerderij wordt als gevaarlijk beschouwd.
Bezwaarschrift 6 (buffergracht Centraal):
● De breedte van het bestaande wegprofiel zou volstaan voor aanleg van wegenis met fietspaden, waardoor de inname van meer dan 500 m² landbouwgrond onnodig zou zijn.
De hiervoor vermelde bezwaarpunten worden als volgt behandeld:
Bezwaarschrift 1 (Tiensebaan 4):
● Op het plan BA_verharding_20490_P_N_1 horende bij de aanvraag wordt de toegang tot het perceel kadastraal gekend als 218D voorzien op dezelfde plaats zoals deze vandaag de dag aanwezig is. De toegang wordt voorzien met grasbetontegels. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 2 (Oude Tiensebaan 100):
● De mogelijkheid om de bufferzone tussen de Panishoeve en de wegenis te vergroten, werd tijdens de ontwerpfase onderzocht (zie onderstaande figuur - cfr. Advies Regionale Mobiliteitscommissie d.d. 08 maart 2016). Er werd door de Lijn op basis van onderstaande voorstel een simulatie gemaakt van de draaibewegingen. Deze configuratie bleek niet haalbaar voor de bussen, waardoor een alternatieve oplossing nu deel uitmaakt van het aangevraagde.
● De werken worden uitgevoerd conform de geldende technische richtlijnen en veiligheidsnormen inzake trillingen en stabiliteit van aanpalende gebouwen. De aannemer is bovendien wettelijk gehouden om schade aan derden te vermijden en preventieve maatregelen te nemen indien nodig. Dit sluit het risico op structurele schade in de praktijk uit.
● Het aangevraagde voorziet in volgende preventieve maatregelen om de impact van de werken op de stabiliteit van de Panishoeve te verminderen:
○ De dorpelpeilen rond het kruispunt worden continu opgemeten. Deze zullen vanaf een zetting van 10 mm bijgestuurd worden en bij 15 mm worden stopgezet;
○ Er is een zettingsstudie en bemalingsstudie uitgevoerd (zie bijlagen). Hierbij is vanuit een conservatieve opvatting vertrokken waardoor geen historische zetting in rekening gebracht is (overschatting);
○ Om trillingen te vermijden wordt de verharding (fietspad/voetpad) direct grenzend tegen de gevel van de Panishoeve uitgevoerd in een ongebonden fundering, met eventueel een flexibele voeg tussen gevel en verharding;
○ Er wordt ook een buffer voorzien tussen fundering rijweg en fundering lijnvormige elementen;
○ De afwatering gebeurt uit de richting, weg van de Panishoeve;
○ De huidige funderingsaanzet van de zuidgevel is onbekend. Voor minstens 2 ruimtes is er een kelder aanwezig. Vóór aanvang van de werken worden 3 onderzoeksputten gegraven tot aan de huidige funderingsaanzet van de zuidgevel tegen de Halensebaan. Deze 3 locaties betreffen de overgang tussen ruimte a en b, tussen h en g en de zuidwestelijke hoek van de zuidvleugel; De onderzoeksputten worden gegraven op aanwijzing van en onder begeleiding van een erkende stabiliteitsingenieur die vertrouwd met historische monumenten. Op basis van de resultaten van deze onderzoeksputten wordt nadien beslist of voorafgaandelijk aan de heraanleg van het kruispunt een ondermetseling van de fundering noodzakelijk is. Deze noodzaak zal ook afhankelijk zijn van het geplande uitgravingspeil voor de aanleg van de funderingskoffer; De onderschoeiing /ondermetseling van de zuidgevel van de Panishoeve wordt strooksgewijs uitgevoerd; Eventueel wordt ook een gevelschoring voorzien dit op basis van de uit te voeren ondermetseling.
● Naleving van het voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Onroerend Erfgoed op 25 februari 2026.
● Naleving van het voorwaardelijk gunstig advies van Winar op 16 maart 2026 (cfr. advies op 03 februari 2026 met kenmerk "BEKADV2026_01).
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 3 (Tiensebaan 1):
● Ter hoogte van de Tiensebaan 1 wordt er geen voetpad maar een fietspad voorzien, dat onderdeel uitmaakt van de uniforme fietsinfrastructuur ter hoogte van het kruispunt. De inrichting van het kruispunt werd zodanig ontworpen dat er een maximaal mogelijke verkeersveiligheid ontstaat. Het fietspad is dus noodzakelijk. De restruimte tussen het fietspad en de voorgevel van de woning is te smal om in te vullen met kwalitatief groen. De restruimte wordt derhalve ingevuld met betonstraatstenen. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
● De Oude Tiensebaan en Tiensebaan vormen de hoofdweg t.o.v. de Halensebaan. Dit wil zeggen dat verkeer dat komt van de Halensebaan dient te stoppen vooraleer over te steken of de hoofdweg op te rijden. De nieuwe aanvraag wijzigt de verkeerssituatie niet. Ook vandaag de dag is er reeds een bocht aanwezig ter hoogte van het eigendom van de bezwaarindiener. Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaarschrift 4 (Processiestraat 8):
/
Bezwaarschrift 5 (buffergracht Oost):
Wat betreft de landbouwkundige grondinname blijkt uit zowel de landbouwadviezen als de projectnota dat deze innames tot het strikt noodzakelijke beperkt zijn, dat landbouwkundige ontsluiting gegarandeerd blijft en dat de innames als landbouwkundig aanvaardbaar beschouwd worden, onder meer omdat ze lijnvormig langs de bestaande infrastructuur worden aangelegd. Het bezwaar is daarom slechts gedeeltelijk gegrond: de innames zijn reëel en niet te ontkennen, maar ze worden expliciet verantwoord als noodzakelijk en beperkt in impact.
De bezorgdheid dat de nieuwe bocht of de herinrichting van de weginfrastructuur een gevaarlijker verkeerssituatie zou creëren, wordt tegengesproken door de mobiliteits- en wegontwerpprincipes in de dossierstukken. Daarin staat dat de herinrichting net tot doel heeft de veiligheid voor fietsers en gemotoriseerd verkeer te verhogen, onder meer via vrijliggende fietspaden, betere leesbaarheid van kruispunten en verbeterde zichtlijnen. Dit bezwaar is dan ook ongegrond, omdat het project volgens de dossierinformatie duidelijk een veiligheidswinst beoogt en realiseert .
Bezwaarschrift 6 (buffergracht Centraal):
Wat betreft de landbouwkundige grondinname blijkt uit zowel de landbouwadviezen als de projectnota dat deze innames tot het strikt noodzakelijke beperkt zijn, dat landbouwkundige ontsluiting gegarandeerd blijft en dat de innames als landbouwkundig aanvaardbaar beschouwd worden, onder meer omdat ze lijnvormig langs de bestaande infrastructuur worden aangelegd. Het bezwaar is daarom slechts gedeeltelijk gegrond: de innames zijn reëel en niet te ontkennen, maar ze worden expliciet verantwoord als noodzakelijk en beperkt in impact.
Adviezen
Binnen het kader van de behandeling van de omgevingsvergunningsaanvraag met kenmerk OMV_2025049881 werden volgende adviezen ingewonnen:
● Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Wegen en Verkeer op 30 maart 2026.
"Het Agentschap Wegen en Verkeer geeft een gunstig advies voor bovenstaande aanvraag van een
omgevingsvergunning. Dit advies heeft betrekking op de projectinhoudelijke versie die geldt op het moment waarop de adviesvraag aan AWV werd ingediend.
Alle herstellingen aan de gewestweg en de bestaande infrastructuur moeten conform het SB250 gebeuren.
Besluit:
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG over de voorliggende aanvraag. Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met omschreven aandachtspunten."
● Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Onroerend Erfgoed op 25 februari 2026.
"Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft uw adviesvraag goed ontvangen op 07/01/2026. Voor de gevraagde handelingen verlenen we onder voorwaarden een gunstig advies (omgevingsvergunning art. 6.4.4, §2 / milieuvergunning art. 6.4.4, §3, eerste lid / natuur- en bosvergunning art. 6.4.4, §3, tweede lid Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) .
Motivering
De aanvraag betreft de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in de Halensebaan, de Oude Tiensebaan (gedeeltelijk) en de Processiestraat (gedeeltelijk) met en daarop volgend ook de heraanleg van de wegenis van deze straten.
Ter hoogte van het kruispunt van de Oude Tiensebaan en de Halensebaan bevindt zich de als monument beschermde Panishoeve. In de Processiestraat bevindt de zich als monument beschermde Sint-Quirinuskerk met omringend kerkhof. Dit beschermd erfgoed ondervindt mogelijk impact ten gevolge van de geplande werken.
De Panishoeve is beschermd als monument omwille van het algemeen belang bij koninklijk besluit van
4 juli 1975. Het is een L-vormige hoeve in traditionele bak- en zandsteenstijl uit de 17de en 18de eeuw.
De voorbije jaren werden scheuren vastgesteld in de hoeve die mogelijk te wijten zijn aan
stabiliteitsproblemen ten gevolge van de trillingen door het wegverkeer. Het vertragen en opnieuw
optrekken van voertuigen ten gevolge van de verkeerslichten kunnen deze trillingen verergeren.
De Sint-Quirinuskerk met kerkhof en poorthekken is beschermd als monument bij ministerieel besluit
van 5 april 2007 omwille van de artistieke en de historische, meer bepaald de architectuurhistorische
waarde. Deze kerk vormt samen met haar omliggend kerkhof een opmerkelijk architectuurhistorisch
ensemble van een gotisch koor en transept met een 18de eeuws schip.
De werken in de Oude Tiensebaan en de Halensebaan ter hoogte van de Panishoeve moeten voldoen aan:
○ Impact van de uitvoering van de werken op de hoeve beperken tot het minimum zodat de hoeve geen schade ondervindt door de werken;
○ Impact van het gebruik van de weg op de hoeve mag geen schade veroorzaken aan de hoeve.
De aanvrager geeft aan dat preventieve maatregelen zullen genomen worden. We herhalen deze
hieronder en vullen verder aan. Deze maatregelen gelden als voorwaarde voor de uit te voeren werken:
○ Een plaatsbeschrijving van de Panishoeve wordt opgemaakt.
○ Een stabiliteitsingenieur met ruime ervaring in beschermde monumenten en ervaring in wegenisaanleg in de omgeving van erfgoed wordt aangesteld om de uitvoering van de werken rondom de Panishoeve mee op te volgen en te begeleiden.
○ Graven van drie onderzoeksputten tot aan de huidige funderingsaanzet van de zuidgevel tegen de Halensebaan vóór de aanvang van de werken overeenkomstig het voorstel van 25 juli 2019 door stabiliteitsbureau Triconsult. Deze onderzoeksputten worden gegraven op aanwijzing van en onder begeleiding van een stabiliteitsingenieur met ruime ervaring in beschermde monumenten en ervaring in wegenisaanleg in de omgeving van erfgoed. Op basis van de resultaten van de onderzoeksputten wordt beslist of voorafgaand aan de riolerings- en heraanlegwerken een onderschoeiing of ondermetseling van de gevel noodzakelijk is. Indien nodig wordt een gevelschoring voorzien. De resultaten van dit onderzoek moeten ook voorgelegd worden aan het agentschap Onroerend erfgoed.
○ De dorpelpeilen rond het kruispunt worden continu opgemeten. Deze worden vanaf een zetting van 10mm bijgestuurd en vanaf een zetting van 15mm stop gezet.
○ Om trillingen te vermijden wordt de verharding (fietspand/voetpad) direct grenzend aan de gevel van de Panishoeve uitgevoerd in een ongebonden fundering, met eventueel een flexibele voeg tussen gevel en verharding.
○ Een buffer tussen fundering rijweg en fundering lijnvormige elementen wordt voorzien. De voorziene bufferzone tussen de rijweg en de fundering van de Panishoeve moet gemaximaliseerd worden zodat het gebruik van de weg geen nadelige impact heeft op de stabiliteit van de hoeve.
○ De afwatering gebeurt weg van de Panishoeve.
○ Alle werken, zowel opbreekwerken, graafwerken als aanlegwerken, dienen omzichtig uitgevoerd te worden om trillingen en zettingen te vermijden. Het bestuur en de aannemer dienen hierop toe te zien.
○ Het opbreken van de betonverhardingen gebeurt met een trillingsvrije techniek.
○ Het deel van het hoevegebouw vlakbij de werken dient vóór aanvang van de werken te worden ingemeten en dagelijks gemonitord zodat eventuele zettingen tijdig kunnen worden vastgesteld. Bij zettingen moet er op gepaste wijze gereageerd worden (onmiddellijke staking van de werken, ondersteuning van het gebouw, bijkomende beschoeiingen,…).
○ De aanleg van de weg met alle toebehoren en verdichten van funderingen moet trillingsarm gebeuren.
○ Een aangepast snelheidsregime ruim voor en na de Panishoeve opdat het verkeer, en in het bijzonder het afremmen en optrekken van voertuigen geen negatieve impact heeft op de stabiliteit van de hoeve.
De hoger vermelde maatregelen gelden als voorwaarden voor de uit te voeren werken rondom de
Panishoeve.
Bij de werken in de Processiestraat vlakbij de Sint-Quirinuskerk met omringend kerkhof geldt als
voorwaarde dat het kerkhofmuurtje dat ook als keermuur dient tussen het kerkhof en de iets lager
gelegen straat, behouden moet blijven.
Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de
bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.
Archeologie?
Kijkt u zeker na of er geen in akte genomen archeologienota bij dit omgevingsvergunningdossier moet
worden gevoegd. Meer informatie en een beslissingsboom kunt u terugvinden op
https://www.onroerenderfgoed.be/archeologie-bij-vergunningsaanvragen-vergunningverleners."
● Voorwaardelijk gunstig advies van Departement Landbouw en Visserij op 16 maart 2026.
"Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en behoudt er het volgende advies bij.
Voorliggende adviesvraag volgt uit een nieuwe PIV. De toegevoegde elementen behoeven geen landbouwkundige overweging. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij behoudt het advies zoals geformuleerd op 16 februari 2026:
Het voorliggend project betreft de aanleg van een gescheiden rioolstelsel in het wegsegment van de Halensebaan vanaf de kruising met de Oude Tiensebaan tot aan de N29 Provinciebaan en in de Processiestraat. Er wordt een DWA-leiding aangelegd in de Halensebaan en Processiestraat (mede via persleidingen en 2 pompstations), die oostelijk van de Provinciebaan aansluiting krijgt op de toekomstige collector in de Eugeen Coolsstraat. Hiervoor dienen er twee DWA-pompstations gebouwd te worden,
één in de Halensebaan en één in de Wijndriesstraat. Ten behoeve van het regenwater (RWA) worden er naast de RWA-riolering buffergrachten aangelegd langs de Halensebaan met een capaciteit van 339.78m3 en 304.76m³ en wordt er een RWA bekken (911m³) voorzien in de Wijndriesstraat met aansluiting op de 2de cat Pijnbeek.
Tijdens de aanlegfase zal er een terrein voor grondverbetering (TVGV) worden ingericht op het perceel nr. 216D, gelegen in agrarisch gebied.
Na onderzoek is er uit landbouwkundig standpunt geen overwegend bezwaar tegen het voorgestelde tracé en de inplanting van het bufferbekken.
Als er werken uitgevoerd worden op percelen in landbouwgebruik, gelieve dan contact te nemen met de landbouwer(s) zodat de werken bv. voor het plant- en zaaiseizoen kunnen plaatsvinden, om het landbouwgebruik zo weinig mogelijk te storen.
Mochten er werken uitgevoerd worden op akkers of weilanden, dan vragen wij om rekening te houden met volgende voorwaarden:
○ bij het graven van sleuven dient de teelaarde afzonderlijk gestockeerd te worden
○ bij het dichten van de sleuven dienen de verschillende aardlagen in de juiste volgorde teruggestort te worden
○ tijdens de werken dient de toegankelijkheid van de aanpalende landbouwpercelen en –bedrijven verzekerd te worden
○ controleputten dienen zo veel mogelijk op de perceelgrenzen of bij de rooilijn aangebracht te worden (zeker wanneer het om akkerland gaat)."
● Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Natuur en Bos op 19 maart 2026 (cfr. advies op 30 januari 2026).
“Het Agentschap stelt vast dat het project m.i.v. de bemalingswerken geen vermijdbare schade aan de natuur zal veroorzaken. De invloedsfeer reikt ook niet tot in VEN en SBZ. Een passende beoordeling en verscherpte natuurtoets zijn niet aan de orde. Eventuele impact op verdrogingsgevoelige vegetaties binnen de invloedsfeer van de bemaling wordt beschouwd als tijdelijk en herstelbaar. Het agentschap gaat akkoord met de voorgestelde wijziging van kleine landschapselementen en hun vegetatie. De projectgeïntegreerde maatregelen zoals vermeld bij punt 7 in ‘Addendum V1 Vegetatiewijzigingen’ dienen effectief te worden uitgevoerd.”
● "Voorwaardelijk gunstig advies van Deputatie, Dienst waterlopen provincie Vlaams-Brabant (cfr. advies op 13 februari 2026 - ref. ‘2026-0022-WAT MACHT 4683’).
"De voorgestelde wijzigingen binnen deze nieuwe versie geven geen aanleiding tot een aangepast wateradvies. Daarom wordt integraal verwezen naar het advies met referentie ‘2026-0022-WAT MACHT 4683 AQF Collector Pijnbeek F2’, afgeleverd op 13 februari 2026.
...
Specifieke voorwaarden en/of maatregelen opgelegd door de waterbeheerder:
● Waar geloosd wordt op gewone grachten of de voorziene buffergrachten/bufferbekkens moeten deze vooraf (tijdelijk) ingericht worden als infiltratievoorziening om het bemalingswater maximaal te infiltreren;
● De dienst waterlopen wordt op de hoogte gesteld wanneer de bemaling zal starten, ofwel telefonisch op het nummer 016 26 75 77, ofwel via e-mail aan demerbekken@vlaamsbrabant.be;
● Wanneer een medewerker van de dienst waterlopen van mening is dat de bemaling stopgezet moet worden, o.a. bij te hoge waterstanden in Wingebeek, moet de melder hier onmiddellijk gehoor aan geven;
● Put D66 bevindt zich in de vijfmeterzone en moet daarom op maaiveld worden afgewerkt en overrijdbaar zijn voor machines (totaalgewicht 30 ton, aslast 15 ton).
Voorwaarden met betrekking tot de vijfmeterzone langs de waterloop:
● Ingevolge artikel 17 van de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967 en artikel 1.3.2.2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, met betrekking tot de toegankelijkheid en het beheer van de waterloop, moet een zone van vijf meter landinwaarts vanaf de oevertop van de waterloop vrij blijven van: elke constructie (inbegrepen terrassen en andere), ondergrondse constructies zoals brandstoftanks, water- en rioolputten, en andere, houtstapelplaatsen en andere, beplantingen en vaste afsluitingen die de bereikbaarheid van de waterloop belemmeren. Het stapelen van tuinafval en/of het opzetten van composthopen binnen deze zone is verboden. Aanmerkelijke reliëfwijzigingen in deze zone zijn tevens niet toegelaten. De oevertop is het knikpunt waar het schuine talud eindigt en het horizontale deel van de omgeving landinwaarts begint. Dit geldt ook aan overwelfde of ingebuisde oppervlaktewaterlichamen. Voor de bepaling van de oevertop bij overwelfde waterlopen dient een interpolatie gemaakt worden van de beekprofielen op- en afwaarts van de overwelving om het begin van de vijfmeterzone te bepalen. Het is duidelijk dat het begin van de vijfmeterzone minimaal begint aan de uiterste boorden van de overwelving wanneer andere gegevens ontbreken;
● Binnen de zone van 1,00 m van de oevertop zijn grondbewerkingen en het gebruik van pesticiden steeds verboden;
● Afsluitingen in deze zone moeten tussen 0,75 m en 1,00 m van de oevertop staan en zijn maximaal 1,50 m hoog. Dwarse afsluitingen moeten vervangen worden door een poort of moeten eenvoudig kunnen weggenomen worden;
● Afsluitingen zijn steeds van het open type zodat ze volledig doorstroombaar zijn voor water en ze niet functioneren als keermuur. Ze mogen niet bestaan uit vaste constructies en moeten in het geheel (tijdelijk) weggenomen of verplaatst kunnen worden indien de onderhoudsnood van de waterloop dit vereist;
● Afsluitingen die bestaan uit vaste constructies (met fundering, muren, wanden of platen uit beton, hout en dergelijke, vaste palen, groenschermen…) zijn niet toegestaan in deze zone;
● Bij de aanplant van nieuwe bomen langs de oever van de waterloop moeten deze aangeplant worden:
○ ofwel op een afstand tussen 0,75 m en 1,00 m van de oevertop waarbij een minimale tussenafstand van 12,00 m gerespecteerd moet worden;
○ ofwel op een afstand van minstens 0,50 m buiten de vijfmeterzone;
● Naaldbomen worden op minstens 6,00 m van de waterloop geplant;
● Het aanplanten van dwarse of langse hagen in de vijfmeterzone is verboden. Deze moeten op minimaal 0,50 m buiten deze zone staan;
● Houtkanten in de vijfmeterzone zijn enkel toegelaten nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf. Indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop moet de houtkant op vraag van de waterbeheerder regelmatig teruggezet worden, ook bij spontane verbossing;
● Binnen deze zone mogen geen grondophogingen worden uitgevoerd;
● Alle handelingen zijn er onderworpen aan het bindende advies van de beheerder van de waterloop, of, voor zover ze vereist is door de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967, de voorafgaande machtiging;
● Ingevolge het artikel 1.6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, gelden de bepalingen van dit besluit niet voor handelingen gelegen in een vijf meter brede strook, te rekenen vanaf de oevertop van ingedeelde onbevaarbare, alsook in de bedding van deze waterlopen;
● Ingevolge artikel 40 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud is het verboden naaldbomen te planten of te herplanten of hun zaailingen te laten groeien op minder dan 6,00 m van de oevertop van de waterloop.
Algemene maatregelen:
● De vijfmeterzone langs een waterloop is de zone van vijf meter, landinwaarts gemeten vanaf de oevertop van de waterloop. Op het perceel waarop deze zone gelegen is, rust een erfdienstbaarheid. Aangelanden en eigenaars zijn verplicht doorgang te verlenen aan de waterloopbeheerder, zijn personeel en het materiaal nodig voor onderhoudswerken aan de waterlopen;
● Er is geen vergoeding verschuldigd voor deze doorgang voor het beheer noch voor deponie van onschadelijke ruimingsproducten en maaisel afkomstig van de bedding van de waterloop binnen deze vijfmeterzone;
● De nodige maatregelen moeten worden getroffen opdat de op te richten bouwwerken geen schade berokkenen aan de nabijgelegen waterloop. Tevens kan schade aan deze bouwwerken ingevolge gebrek aan stabiliteit van de bedding van de waterloop of van het bouwwerk zelf evenals de daaraan verbonden lasten zoals onderhouds- en herstellingswerken, niet a priori op de provincie Vlaams-Brabant verhaald worden;
● Schade die een gevolg kan zijn van wateroverlast vanuit de waterloop kan niet verhaald worden op de beheerder van de waterloop.
Voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van inrichtingswerken aan de waterloop:
Als de deputatie beslist om een voorwaardelijk gunstig advies te verlenen aan AQUAFIN om aan de
onbevaarbare waterloop Pijnbeek (B3081) de volgende inrichtingswerken uit te voeren:
Tussen Atlaspunt 37 en 38 van de digitale Atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en
publieke grachten:
● Kruising onder de bestaande betonnen uitstroom van de koker van de Pijnbeek met drie riolen (RWA diameter 600 mm, DWA diameter 400 mm en een persleiding);
● Aansluiting van de overstortleiding O2 (diameter 400 mm) van pompstation PS2.
Ter hoogte van Atlaspunt 50 van de digitale Atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen
en publieke grachten:
● Kruising onder de koker van de Pijnbeek met een DWA-riool diameter 600 mm.
Ter hoogte van Atlaspunt 49 van de digitale Atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen
en publieke grachten:
● Aansluiting van een RWA-riool diameter 400 mm.
De vergunninghouder moet de volgende voorwaarden naleven (artikel 12 van de wet op de
onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967):
Voor kunstwerken
● De kunstwerken moet gebouwd worden met degelijke materialen, volgens de regels van het vakmanschap en overeenkomstig de bijvoegde plannen;
● De kunstwerken moeten stroomop- en stroomafwaarts volmaakt aansluiten op de gedeelten van de waterloop die behouden blijven;
● De aanvrager moet de kunstwerken onderhouden. Indien nodig moet hij aan de kunstwerken op zijn kosten de nodige herstellingswerken uitvoeren of laten uitvoeren;
● De aanvrager moet de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat de kunstwerken, die gebouwd werden binnen een strook van 5,00 m vanaf de top van de oever van de waterloop, landinwaarts gemeten, beschadigd zouden worden bij de uitvoering van de normale onderhoudswerken aan de waterloop;
● De aansluitingen op de pijnbeek ter hoogte van KM7 en KM39 moeten uitgevoerd worden overeenkomst typedetail IX opgenomen in bijlage 1 en 2 achteraan dit advies met geïntegreerde machtiging.
Algemeenheden:
● De aanvrager is tegenover derden verantwoordelijk voor de verliezen of schade die de werken zouden kunnen veroorzaken;
● De werken moeten uitgevoerd worden zonder de goede afwatering van de waterloop te belemmeren en de nodige maatregelen moeten genomen worden om wateroverlast te voorkomen. Tijdens onbewaakte ogenblikken dient de maximale waterafvoercapaciteit van de waterloop verzekerd te zijn;
● De aanvrager moet de schade aan de waterloop bij of ten gevolge van de uitvoering der werken herstellen;
● De vergunninghouder moet de dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant, Provincieplein 1 te 3010 Leuven via mail naar demerbekken@vlaamsbrabant.be of telefonisch via 016 26 75 77 (Dieter Croonenborghs), minstens vier dagen vóór de effectieve aanvang der werken hiervan op de hoogte brengen;
● De vergunninghouder moet de dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant, Provincieplein 1 te 3010 Leuven, via mail naar demerbekken@vlaamsbrabant.be of telefonisch via 016 26 75 77 (Dieter Croonenborghs), in kennis stellen van de voltooiing van het werk en een as-builtplan bezorgen, uiterlijk tien dagen na deze voltooiing;
● Na keuring bevestigt de dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant in een procesverbaal dat het werk uitgevoerd werd overeenkomstig bovengenoemde voorwaarden of stelt vast dat het hiermee niet in overeenstemming is. In dit laatste geval is, na aanpassing van het werk, een nieuwe keuring noodzakelijk;
● De onderhoudswerken aan de waterloop zullen door de bevoegde overheid uitgevoerd worden overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 7 en 8 van de wet van 28 december 1967, betreffende de onbevaarbare waterlopen;
● Schade die een gevolg kan zijn van wateroverlast vanuit de waterloop kan niet verhaald worden op de beheerder van de waterloop.
BESLUIT
Het dossier wordt voorwaardelijk gunstig geadviseerd.
Mits aan deze voorwaarden voldaan is, verleent de deputatie van Vlaams-Brabant een gunstig advies, dat als machtiging geldt voor het uitvoeren van de hierboven vermelde inrichtingswerken.
Mits aan deze voorwaarden voldaan is, is het project in overeenstemming met de doelstellingen en
beginselen van het decreet integraal waterbeleid."
● Voorwaardelijk gunstig advies van Winar op 16 maart 2026 (cfr. advies op 03 februari 2026 met kenmerk "BEKADV2026_01).
“Gezien de aard, oppervlakte en complexiteit van de werken adviseert de IOED volgende zaken op te nemen in de vergunningvoorwaarden:
Met betrekking tot het archeologische luik en het programma van maatregelen vragen wij dat:
● De aanvrager/initiatiefnemer is ertoe verplicht het eventuele voorgestelde programma van maatregelen in de archeologienota (ID:2025E131) waarvan akte is genomen en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 na te leven.
● Als het een archeologienota met een uitgesteld traject betreft moet bijkomstig een aktename van een nota bekomen worden. De maatregelen in deze nota moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma in die nota, de eventuele voorwaarden bij de aktename en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
● De archeologische ingrepen in het programma van maatregelen ontslaan de initiatiefnemer niet van de decretale vondsmeldingsplicht: het melden van archeologische toevalsvondsten is wettelijk verplicht volgens artikel 5.1.4 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
● De gemeente Bekkevoort en IOED WinAr worden op de hoogte gehouden van elke stap van het archeologisch traject en de resultaten.
● Bij de aanleg van het archeologisch vlak in de zone voor werfbegeleiding rondom de kerk van Wersbeek dient minimaal 1,50m bufferzone te worden gehouden tussen de aanleg van het vlak en de beschermde kerkhofmuur en het poorthek.
● De opgravingsstrategie worden aangepast om hiermee rekening te houden. De aanpassingen moeten hun neerslag vinden in de rapportage.
IOED Winar geeft voor de werken aan de beschermde monumenten, de Panishoeve en de kerkhofmuur rondom de kerk van Wersbeek volgend advies:
Volgende zaken worden opgenomen op de stabiliteit van de kerkhofmuur te verzekeren:
● Bij de aanleg van de wegenis langsheen de kerkhofmuur wordt er alles aan gedaan om de stabiliteit van de muur en poorthekken te vrijwaren. Wanneer stabiliteit toch in het gedrang komt dringt er zich meteen een herevaluatie door de stabiliteitsingenieur op.
● Bij een afgraving binnen 1m van de muur en poorthekken dient een stabiliteitsingenieur aanwezig te zijn.
Volgende zaken moeten worden opgenomen om de erfgoedwaarde van de Panishoeve te verzekeren:
● Stabiliteitsonderzoek
● Er wordt een nieuwe studie uitgevoerd over de stabiliteit van de Panishoeve door een ingenieurs-architectenbureau met ervaring in historische monumenten. Deze nieuwe studie omvat een stabiliteits- en funderingsanalyse.
● Er wordt ook een analyse van de huidige voorziene bufferzone gemaakt en de impact van deze bufferzone op de verwachte verkeerssituatie voldoende is om verdere schade te voorkomen.
● Bescherming tijdens de werken:
● De ramen aan de zuidgevel worden beschermd tegen steenslag tijdens de werken. Dit dient te gebeuren op kosten van de opdrachtgever.
● Er worden geen materialen opgeslagen tegen of langs de Panishoeve. Materialen worden opgeslagen aan de overzijde van de straat langs niet-bebouwde percelen.
● Er worden vrijstaande hekken en/of beschermplaten geplaatst tussen de Panishoeve en de werken om voldoende afstand te creëren.
● Alle werken, zowel opbreekwerken, graafwerken als aanlegwerken, dienen omzichtig uitgevoerd te worden om trillingen en zettingen te vermijden. Het bestuur en de aannemer dienen hierop toe te zien. Dit geldt ook voor het verdichten van funderingen.
● Het opbreken van de betonverhardingen gebeurt met een trillingsvrije techniek (splijten).
● Het deel van het hoevegebouw vlakbij de werken dient vóór aanvang van de werken te worden ingemeten en dagelijks gemonitord zodat eventuele zettingen tijdig kunnen worden vastgesteld. Bij zettingen moet er op gepaste wijze gereageerd worden (onmiddellijke staking van de werken, ondersteuning van het gebouw, bijkomende beschoeiingen,…).
● Bij werken langsheen de hoeve dient steeds een stabiliteitsingenieur de werken op te volgen.
● Opvolging
● Op relevante locaties langsheen de gevel moeten trillingsmeters worden geplaatst. De locaties van de meters en grenzen van de trillingen worden opgesteld door de stabiliteitsingenieur.
● Wanneer er wordt gekozen voor bemaling worden de drempelwaarden voor het grondwaterpeil voor de aanvang van de werken vastgelegd.
Voor alle werken rondom de Panishoeve wordt een wekelijkse rapportage van trillings- en scheurmetingen alsook grondwaterpeil doorgegeven aan de gemeente.
● Een nieuwe plaatsbeschrijving wordt opgesteld na het uitvoeren van de werken rondom de Panishoeve.”
Evaluatie van de ingediende adviezen:
De beoordeling dient verricht te worden vanuit het oogpunt van de doelstellingen en principes van de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de bevoegdheid slechts reikt tot de elementen die behoren tot de ‘zaak van de wegen’. Aspecten die toebehoren aan een beoordeling binnen de vergunningsaanvraag en die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening, worden als zodanig niet meegenomen. De uitgebrachte adviezen hebben geen betrekking op de “zaak der wegen.
Financiële weerslag
Om de nieuwe wegenis te kunnen aanleggen, is het noodzakelijk om de nodige gronden te verwerven via aankoop. Zowel de gemeente, als Aquafin nv zullen een grondinname dossier behartigen.
Hiervoor wordt verwezen naar collegebesluit van 14 januari 2026 - indexatie grondinname - Pijnbeek fase 2.
Voor de realisatie van de fietspaden Halensebaan (Pijnbeek fase 2) zijn volgende kredieten voorzien
in het meerjarenplan onder Actie 1.1.01- Budgetsleutel 0200/22400000:
● 2026 € 500.000
● 2027 € 1.700.000
● 2028 € 1.400.000
In deze fase is het visum nog niet noodzakelijk. Het visum zal aan de financieel directeur worden
aangevraagd wanneer de koopovereenkomsten zijn afgesloten en de notariële akten ter goedkeuring
worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Besluit
9 stemmen voor: Jan Van Cauwenbergh, Hans Vandenberg, Johan Everaerts, Wouter Lenaerts, Luc Janssens, Sofie Van de Broeck, Marc Deryk, Sofi Vandenberg en Pieter Clabots
7 onthoudingen: Bart Volders, Tommy Heusdens, Raf Vanmeensel, Nathalie Weckx, Jens Snyers, Heidi Vanderstukken en Heidi Haesevoets
Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van de bezwaren en opmerkingen, ontvangen tijdens het openbaar onderzoek en besluit deze voor wat de zaak van de wegen betreft ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de zaak van de wegen, met inbegrip van de ligging, breedte en uitrusting van de in de aanvraag begrepen gemeentewegen, goed.
Artikel 3: De gemeenteraad keurt het rooilijnplan “Halensebaan” zoals opgemaakt op 17 november 2025 door beëdigd landmeter – expert Mathieu Rutten (Dossier: P.001718) en wegenisplannen, zoals toegevoegd aan de vergunningsaanvraag met kenmerk OMV_2025049881 en met naam “BA_20490_I_N_1 / BA_20490_I_N_2 / BA_20490_I_N_3”, goed.
Artikel 4: De gemeenteraad keurt voorliggende zaak van de wegen houdende de herinrichting van de Halensebaan en Processiestraat, goed. Dit in het kader van de aanvraag tot omgevingsvergunning voor het uitvoeren van het bovengemeentelijk rioleringsproject “collector Pijnbeek fase2” in Wersbeek, deelgemeente van Molenbeek-Wersbeek, van de Vlaams-Brabantse gemeente Bekkevoort ingediend door Aquafin NV, Dijkstraat 8, 2630 Aartselaar (OMV_2025049881). Deze aanvraag beoogt de aanleg van een gescheiden rioolstelsel met bijhorende wegeniswerken in het wegsegment van de Halensebaan vanaf de kruising met de Oude Tiensebaan tot aan de N29 Provinciebaan en in de Processiestraat gelegen te Bekkevoort.
Artikel 5: De gronden te verwerven via aankoop en op te nemen in het openbaar domein, op voorwaarde van het afleveren van een gunstige omgevingsvergunning.
Artikel 6: Niet akkoord te gaan met de voorgestelde waardebepaling, zoals opgenomen op het rooilijnplan. Deze info is gedateerd en dient te worden aangepast volgens het collegebesluit van 14 januari 2026 - indexatie grondinname - Pijnbeek fase 2.
Artikel 7: Een afschrift van deze beslissing wordt toegevoegd aan deze aanvraag tot omgevingsvergunning (OMV_2025049881).
Artikel 8:Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.
Artikel 9:Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen van toepassing.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.